Onder de titel De kunst van het wankelen ga ik, Arnoud Odding, dit voorjaar in gesprek met museumdirecteuren en conservatoren over de vraag hoe musea omgaan met de crises van onze tijd en met groeiende onzekerheid, wantrouwen en polarisatie. Wat kun je als museum doen wanneer iedereen om snelle, stellige antwoorden vraagt? Hoe blijf je een plek waar mensen kunnen vertragen, kijken, spreken en zich blijven verwonderen?
In deze eerste aflevering spreek ik met Judikje Kiers, directeur van het Amsterdam Museum. Ze vertelt hoe ze in de jaren negentig in het Rijksmuseum van dichtbij zag hoe publieksbemiddeling en educatie, mede onder invloed van Henk van Os, van bijzaak naar kernactiviteit groeiden: een museum gaat niet alleen over objecten, maar over de relatie tussen object, verhaal en bezoeker. Die overtuiging nam ze mee naar Museum Ons’ Lieve Heer op Solder, waar ze al snel het thema ‘tolerantie’ centraal zette. Destijds werd dat door sommigen weggezet als “modieus”, maar Judikje laat zien hoe zo’n keuze juist kan uitgroeien tot een duurzaam programma dat verleden en heden met elkaar verbindt. Voor haar is het geen marketinglaag, maar een museale opdracht: historische plekken worden relevant als je durft te spreken over actuele vragen, zonder de complexiteit glad te strijken. Haar internationale ervaring, onder meer in Oekraïne, maakte daarnaast duidelijk hoe kwetsbaar vrijheid, autonomie en erfgoed zijn, en hoe een museum zelfs zonder zichtbare objecten betekenis kan hebben als plek voor herinnering en ontmoeting.
Zacht uitgesproken, maar ongelooflijk krachtige woorden over waarden, waarderen en wankelen. Koers houden vraagt moed, ook als dat weerstand oproept of geld kost.