morse oefentekst.
inhoud:
regime change , uitgevoerd door de USA een relaas van vele mislukkingen.
De VS hebben een uitzonderlijke roeping op deze aarde die hen onderscheidt van alle grootmachten ooit. Zij hebben enkel de goddelijke taak om democratie en vrijheid over de aarde te verspreiden. Deze zelflovende retoriek heeft het VS imperium gemeen met alle imperia in de geschiedenis. Amerikaans onafhankelijk onderzoeksjournalist Joe Lauria vat de drie geijkte methodes van de VS samen waarmee ze die roeping waarmaken.
De VS hebben een lange en goed gedocumenteerde historiek van illegaal omverwerping van regeringen in andere landen om hun imperium uit te bouwen. Daarin tekenen zich drie door Washington veelvuldig toegepaste manieren af om regime change te veroorzaken.
1. Regime change van bovenaf
Als een volgens de VS ongewenste leider democratisch verkozen is en de steun van het volk geniet, werkt de CIA samen met elitegroepen, bijvoorbeeld het leger, om die omver te werpen soms door die te laten vermoorden.
Een voorbeeld hiervan was de allereerste door de CIA ondersteunde staatsgreep. Op 30 maart 1949 het agentschap bestond nauwelijks 18 maanden bracht de Syrische legerofficier Husni al Zaim verkozen president Shukri al Kuwatli ten val.
De CIA wipte in 1954 de verkozen president Jacobo arbenz van Guatemala en liet hem vervangen door een militaire dictator.
In 1961 werd de Congolese president Patrice Lumumba vermoord met behulp van de CIA1, precies drie dagen voor de inauguratie van president John F. Kennedy, die voorstander was om Lumumba vrij te laten.
Voor hun opdracht kwam de CIA uiteindelijk iets te laat. De Belgen waren hen voor. Lees daarover het boek van Ludo De Witte. De moord op Lumumba. Kritak, Leuven,Nog altijd de moeite waard de heruitgave 2020, 366 pp. ISBN 9789401471466
Zo kwam de militair Mobutu Sese Seko aan de macht
In 1973 steunden de VS de Chileense generaal Augusto Pinochet die de democratisch verkozen socialistische president Salvador Allende afzette, die vervolgens ombracht en nadien een militaire dictatuur oplegde. Het werd een van de vele militaire dictaturen die in die periode door toedoen van de VS in het Latijns Amerika werden geinstalleerd in het kader van Operation Condor van de CIA.
2. Regime change van onderuit
Als het doelwit een regering is die te maken krijgt met echte onrust onder de bevolking, zullen de VS die aanwakkeren en verder organiseren als middel om de leider, verkozen of niet, te wippen.
Een voorbeeld zijn de anticommunistische protesten van 1958 1959 in Kerala, India, die in de deelstaat gesteund werden door de Congrespartij en de katholieke kerk en leidden tot de afzetting van de verkozen communistische regering. Deze protestbeweging werd gefinancierd door de CIA.
De staatsgreep die in 1953 in Iran de democratisch verkozen eerste minister Mohammad Mosaddegh omverwierp, was een samengaan van een beweging van onderuit met door de CIA en de Britse veiligheidsdienst MI6 gesteunde straatprotesten en een beweging van bovenaf conservatieve clerus en het leger om komaf te maken met de democratie en terug te keren naar de monarchie van de sjah.
De door de VS gesteunde staatsgreep van 2014 in Oekraine is het meest recente voorbeeld van hoe de VS oprecht volksprotest inpalmen om de val te regelen van een verkozen president, die in dit geval door de OVSE Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa was erkend.
3. Regime change door militaire interventie
Indien een staatsgreep niet haalbaar is, grijpen de VS naar indirecte of directe militaire interventie. Een van de oudste voorbeelden is het Amerikaanse expeditieleger dat in 1918 tijdens de burgeroorlog Rusland binnenviel in een poging de nieuwe bolsjewistische regering omver te werpen.
Recenter in 1983, viel het VS leger Grenada binnen om de marxistische president omver te werpen en in 1989 Panama om voormalig CIA medewerker Manuel Noriega omver te werpen.
De belangrijkste recente voorbeelden van directe militaire invasie om regimes omver te werpen zijn de Amerikaanse invasies in Afghanistan in 2001 en Irak in 2003. Indirecte militaire interventie is er in de proxy oorlog4 die de VS in de jaren 1980 met de Contraas tegen Nicaragua voerde en in de jihadistische oorlog tegen het Syrische regime van 2011 tot op heden.
Niet vanuit het niets
Meestal leggen de VS vooraf economische sancties op, om het doelwit te verzwakken en murw te maken. Bij niet militaire interventies verzinnen ze de regime change niet helemaal uit het niets. De VS werken mee met een al bestaande onvrede met de overheid die leeft onder de bevolking, bij het leger of bij een andere elite. Ze buiten die uit, leiden mensen op, financieren en organiseren het protest, maar creeren het niet.
Met andere woorden, in het geval van regime change zonder invasie of bezetting is het niet of Amerikaanse inmenging of oprechte onrust. Het is bijna altijd de twee.
Sommige dingen liggen gewoon voor de hand er bestaan ook legitieme volksopstanden die de VS niet oppikken, omdat die ingaan tegen de belangen van Washington of van Amerikas clienten, zoals het geval was in Bahrein in 2010 2011.
In die gevallen zullen de VS veeleer deze afwijkende meningen de kop indrukken van zoals ze overigens in eigen land ook met plezier doen .
Dit is de vertaling door Hilde Baccarne van het eerste deel van het artikel The Three Types of US Regime Change . Het tweede deel kan je hier vinden. Joe Lauria is hoofdredacteur van Consortium News en voormalig VN correspondent voor The Wall Street Journal, Boston Globe en talrijke andere kranten. Hij was onderzoeksjournalist voor de Sunday Times of London en begon zijn professionele carriere als 19 jarige freelancer voor The New York Times.
war by proxy nog een handels kenmerk van de amerikanen,
War by proxy betekent letterlijk oorlog via verwante. Bedoeld is dat de VS indirecte oorlog voert via financiering en logistieke ondersteuning van andere plaatselijke legers of milities inzet voor zijn militaire doelstellingen. Die tactiek heeft soms zeer nefaste gevolgen, zoals de bewapening, training en wapens die de VS leverden aan fanatieke groeperingen in Afghanistan tijdens de bezetting door de Sovjet Unie, die zich daarna 20 jaar lang tegen de VS keerden toen de VS het land bezette. Niet gestoord door enige historische inzichten bewapenen de VS nu groeperingen met dezelfde ideologie als de Taliban en Al Qaida in Syrie. Wat dat wordt als deze eventueel Syrie zouden veroveren laat zich raden nvdr.
Waarom lijken de Amerikanen verslaafd aan regime change?
Al ruim een eeuw proberen Amerikanen hun democratisch model op te leggen aan andere landen. In Afghanistan is dat jammerlijk mislukt. Ook de invasie van Irak is uitgelopen op een catastrofe. Hebben de Amerikanen ooit succes geboekt met hun democratiseringsoperaties?
Vijf dagen, vijf weken of vijf maanden langer gaat het niet duren. De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld wist het absoluut zeker, zo vlak voor de aanval op Irak in 2003. Dit zou een korte en vrolijke oorlog worden. Nu zaten de Amerikanen er natuurlijk wel vaker naast inzake Irak. Denk alleen al aan de mythische massavernietigingswapens. Maar Rumsfelds wensdenken botste toch wel heel erg met de harde werkelijkheid. Op de inval volgde een taaie en bloedige guerrillaoorlog.
President George W. Bush was ervan overtuigd dat Iraakse burgers met Amerikaanse vlaggetjes de Amerikaanse troepen zouden verwelkomen en de liberale democratie zouden knuffelen. Nog een misrekening, die bovendien ook het Afghaanse fiasco en andere interventies in perspectief zet. Waarom lijken de Verenigde Staten haast verslaafd aan het promoten van democratie via het geweer? Ze zijn de actiefste natiebouwers ooit. Soms met stokken, soms met wortels en meestal met een hutspot van beide. Maar hebben al die interventies om democratie te bevorderen effect gehad?
Onwrikbaar geloof in maakbaarheid
Sinds het einde van de negentiende eeuw is democratiebevordering een belangrijk element in het Amerikaanse buitenlands beleid. Deze ontwikkeling had alles te maken met de Spaans Amerikaanse Oorlog van 1898, die de VS definitief als grootmacht op de kaart zette. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar Latijns Amerika. Hoe fraai de retoriek ook was, de VS behartigden primair hun eigen machts en economische belangen. Interventies in Cuba met tussenpozen van 1898 tot 1922, Panama 1903 1936, Nicaragua 1909 1933, Haïti 1915 1934 en de Dominicaanse Republiek 1916 1924 resulteerden in marionettenregimes of rechtstreeks Amerikaans bestuur.
Muzikaal bombardement
In 1989 zocht de verdreven Panamese dictator annex drugshandelaar Manuel Noriega zijn toevlucht in de Vaticaanse ambassade in Panama Stad. De omsingelende Amerikaanse troepen kozen voor een muzikaal bombardement. Non stop klonk uit een batterij luidsprekers keiharde muziek. Een zekere ironische creativiteit in nummerkeuze kon de democratiebrengers niet worden ontzegd I Fought the Law The Clash, Panama Van Halen, All I Want Is You U2 en If I Had a Rocket Launcher Bruce Cockburn.
Op papier was president Franklin D. Roosevelts Good Neighbor Policy vanaf 1933 een verbetering. Deze politiek beloofde niet inmenging en wederzijdse handel. Maar in de praktijk doken overal in Latijns Amerika brute dictators op, die gretig hun zakken vulden en Amerikaanse bedrijven bevoordeelden.
Na de Tweede Wereldoorlog was promotie van democratie vooral een instrument in de wapenkamer van de Koude Oorlog. Toen rond 1990 de dwangbuis van de Koude Oorlog wegviel, zagen met name de neoconservatieven in Washington kansen nu lag de weg open om de hele wereld om te smeden naar Amerikaans voorbeeld desnoods met geweld. Sinds het einde van de Koude Oorlog bepleitte iedere Amerikaanse president met verve de bevordering van democratie overzee. Neem George W. Bush in 2002 We zullen ons inzetten om democratie, ontwikkeling, vrije markten en vrijhandel naar elke uithoek van de aarde te brengen. Tegenover zulk beleid lijkt Donald Trump te staan met zijn America First, maar in de krochten van het Witte Huis denken zijn hulpjes wel degelijk serieus na over regime changes in Venezuela, Iran en Noord Korea.
Sinds 1900 voerden de Amerikanen meer dan tweehonderd militaire interventies uit. Zon twintig daarvan gelden in elk geval deels als democratiebevordering uit de loop van een geweer, vaak in de vorm van kostbare en breed opgezette nation building projecten. Voorstanders hebben altijd geargumenteerd dat dergelijke interventies sneller resultaat opleveren en uiteindelijk goedkoper uitpakken dan diplomatieke druk of economische sancties. Ook zou geen ander politiek systeem dan de liberale democratie vrijheden en economische welvaart zo goed garanderen. Bovendien vechten democratische staten onderling niet, althans volgens de theorie van de democratische vrede, en zullen ze sneller geneigd zijn zich als bondgenoten bij de VS aan te sluiten.
Deze manier van denken vereiste wel een onwrikbaar geloof in de maakbaarheid van maatschappijen en politieke systemen van buitenaf. Een sprekend voorbeeld is de RAND Corporation, een aan de Amerikaanse overheid gelieerde denktank. Als je maar genoeg inspanning, tijd en dollars in de opbouw van democratieen stopt, komt het uiteindelijk wel goed, is de boodschap van RAND. Kwestie van goed plannen, de portemonnee opentrekken en stug volhouden. De titel van een rapport dat RAND in 2007 publiceerde, spreekt eigenlijk voor zich The Beginners Guide to Nation Building.
Bittere teleurstellingen
Hebben de VS sinds 1900 goede resultaten geboekt met hun democratisering via het geweer? Niet echt. Hoe rijk en machtig de VS ook zijn, de meeste van de ongeveer twintig gewapende interventies die democratie hadden moeten bevorderen, leidden tot bittere teleurstellingen of op zn best tot gemengde resultaten. De wederopbouw van West Duitsland en Japan vanaf 1945 staat als een succes te boek. Met wat goede wil kan de Amerikaanse inmenging in Grenada 1983 en Panama 1989 als geslaagd worden afgevinkt, maar dat waren niet bepaald grote landen met indrukwekkende bevolkingsaantallen.
In veel gevallen was het resultaat belabberd er was sprake van machtsvacuüms, burgeroorlogen en terrorisme. Zeker als de CIA zich ermee bemoeide, verdwenen democratische pretenties als sneeuw voor de zon, zoals bij de staatsgrepen in Guatemala 1954 en Chili 1973. Op het vertrek van de Amerikanen uit Vietnam in 1975 volgden een communistische dictatuur en een genocidaal bewind in buurland Cambodja. Nation building in Irak was een uiterst moeizame zaak. Het eindresultaat in Afghanistan kennen we inmiddels.
En de Amerikaanse democratisering via het geweer maakte de afgelopen decennia landen als China, Rusland, Iran en Noord Korea alleen maar wantrouwiger. De les die Noord Korea trok uit de regime change in Libie 2011 die dictator Moammar Khadaffi ten val bracht, was helder in tegenstelling tot Khadaffi zal Noord Korea nooit ofte nimmer zijn kernwapenprogramma opgeven.
En Duitsland en Japan dan?
Niet al te beste rapportcijfers dus, en dat maakt een vraag dubbel zo interessant hoe komt het toch dat voorstanders van democratiebevordering van buitenaf steeds Duitsland en Japan als schoolvoorbeelden opvoeren? RAND bijvoorbeeld ziet in beide praktijkgevallen het bewijs dat nation building werkt als je maar wilt.
Deze pretentie is des te verbazingwekkender omdat diezelfde voorstanders erkennen dat het succes van nation building in Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog grotendeels afhing van unieke omstandigheden en voorwaarden. Zo waren beide landen de verwoestingen ten spijt economisch hoogontwikkeld en welvarend. De wederopbouw van Duitsland en Japan na 1945 liet zich goed vergelijken met het opnieuw in bedrijf nemen van een uitgebrande fabriek de ervaring en kennis waren niet verdwenen, nu kwam het vooral aan op geld, grondstoffen en nieuwe spullen. Daarvoor zorgden onder andere het Marshallplan en de grootschalige Amerikaanse investeringen in Japan, met name vanwege de Korea oorlog 1950 1953. Deze aanpak vormde nogal een verschil met al die andere pogingen tot nation building, waarvan vooral Amerikaanse bedrijven en aannemers profiteerden.
In Afghanistan leerden de VS dat nation building neerkomt op krabben aan de buitenste schil
Daarnaast waren Duitsland en Japan etnisch gezien redelijke homogene staten. Dit maakte het een stuk gemakkelijker om voort te bouwen op een gevoel van nationale eenheid. Vergelijk dit eens met etnische lappendekens als Irak en Afghanistan. Daar kwam bij dat Duitsland en Japan enige ervaring hadden met democratische processen hoe gebrekkig ook, de Weimar republiek 1918 1933 en de Taisho periode 1912 1926 waren de eerste vingeroefeningen met enigszins geloofwaardige verkiezingen, politieke partijen en een vrije pers.
Verder beschikten Duitsland en Japan over een sterk staatsapparaat en een efficiente bureaucratie. De Amerikanen beseften al snel dat het nietsontziend verwijderen van de oude bestuurlijke elites chaos zou veroorzaken. Dus knepen ze hun neus dicht uiteindelijk werd slechts twee procent van de oude elite daadwerkelijk weggezuiverd. Hoe opportunistisch ook, de keuze was begrijpelijk.
In eigenlijk alle andere gevallen van nation building bleek het onbegonnen werk om van buitenaf politieke en sociale structuren op te leggen. Dergelijke complexe structuren evolueren over een langere periode. In Afghanistan leerden de VS en hun bondgenoten opnieuw dat nation building neerkwam op krabben aan de buitenste schil.
Geen leiders van statuur
De Amerikaanse geopolitieke belangen vielen toevallig ook nog eens samen met de belangen van de West Duitse en Japanse elites en bevolkingen. Volkomen murw geslagen door de verwoestende oorlog was het gros van de Duitsers en Japanners bereid mee te gaan met het Amerikaanse narratief van communistische dreiging en Koude Oorlog. Met name de conservatieve elementen in Duitsland en Japan beseften al te goed dat nederige samenwerking met de Amerikanen de beste optie was. Duitsers en Japanners accepteerden zeker aanvankelijk een ondergeschikte rol. Intussen werd de grondwet herschreven en een strenge censuur opgelegd die haast deed denken aan George Orwells roman 1984.
Een soortgelijke, volslagen monopolistische nation building was daarna eigenlijk ondenkbaar. Generaal Douglas MacArthur, na 1945 de feitelijke heerser van Japan, vergeleek het denkniveau van de Japanners met dat van twaalf jaar oude schoolkinderen. De vergelijking trok hij niet stiekem, maar tijdens een hoorzitting van het Amerikaanse Congres. Met dit soort badinerende opmerkingen zou hij tegenwoordig niet meer wegkomen.
Leiders als Konrad Adenauer, die vanaf 1949 de eerste West Duitse bondskanselier was, hadden extra gezag door hun onverzettelijke houding in de oorlog. Adenauer zelf was een gevangene onder het nazibewind geweest. In vrijwel alle andere gevallen ontdekten de Amerikanen dat ze leiders met eenzelfde statuur die een nieuwe democratische staat zouden kunnen trekken node misten.
Vaak viel Washington terug op weinig populaire ballingen en relatieve buitenstaanders, zoals de frauduleuze Iraakse zakenman Ahmed Chalabi en de Afghaanse leider Hamid Karzai, die van 2002 tot 2014 president van Afghanistan was. Om hun eigen legitimiteit te versterken zetten figuren als Chalabi en Karzai zich al snel af tegen hun Amerikaanse broodheren. Uiteindelijk liepen de meningsverschillen tussen Karzai en Washington zo hoog op dat de eerste snauwde Stuur het Amerikaanse volk mijn beste wensen en mijn dankbaarheid. En de Amerikaanse regering mijn woede, mijn extreme woede.
Een staaltje psychologie
Kortom, een gunstige set voorwaarden voor nation building zoals in Duitsland en Japan na 1945 vonden de Amerikanen elders zelden of nooit. Waarom kozen ze dan toch keer op keer voor democratisering via het geweer? Een belangrijk deel van de verklaring lijkt psychologisch van aard, in de vorm van zogenoemde cognitieve vooroordelen. Politici denken rationele beslissingen te nemen, maar in feite zijn de meeste besluiten sterk intuïtief. Om de complexe werkelijkheid te bevatten versimpelen ze de werkelijkheid. Dan is van buitenaf democratie opleggen een verleidelijk concept het belooft een relatief snelle, simpele en moreel aantrekkelijke oplossing. De wenselijkheid vervangt zo de ingewikkelde realiteit. Dit verklaart bijvoorbeeld mede waarom de regering Bush wellicht tegen beter weten in zo sterk leunde op marginale oppositiefiguren als Chalabi en Karzai, en die opwaardeerde tot de nieuwe leiders van Irak en Afghanistan.
Nation building kost miljarden
Op het eind van het rapport The Beginners Guide to Nation Building verschaffen de auteurs nog wat hypothetische rekenvoorbeelden. Wat zou een goed opzette nation building operatie moeten kosten? Welnu, op een totaalbudget van bijna 16 miljard dollar zou de troepenmacht zelf 13 miljard opslurpen. Voor de post democratization trokken de rekenmeesters van RAND het luttele bedrag van 50 miljoen dollar uit. Als democratie inderdaad uit de loop van een geweer komt, dan hebben we het wel over een erg duur geweer.
Na ruim een eeuw praktijkervaring is zonneklaar dat democratisering via het geweer een weerbarstig concept is. Elke staat volgt zijn eigen pad van sociale en politieke ontwikkeling. Tegenstanders van nation building zien dat niet als een groot probleem. Zij vinden het genoeg als de VS een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld proberen te zijn.
En inderdaad, in niet democratische staten zijn de VS populairder dan in de meeste West Europese liberale democratieen. Anderzijds na vier jaar Trump en de bestorming van het Capitool is zoiets een lastig te verkopen verhaal. Na Amerikaanse kritiek op de vervolging van de Russische oppositieleider Alexej Navalny kopte Vladimir Poetin de bal eenvoudig in het net de Amerikaanse autoriteiten vervolgden zelf toch ook de bestormers van het Capitool? En in Beijing droop het leedvermaak van de Chinese Muur tja, dat krijg je als een land afzakt naar interne chaos. Of China plannen heeft voor nation building in de VS is overigens niet bekend.
vvv
Europa heeft eigen Veiligheidsraad nodig voor eensgezindheid
Europa heeft een Europese Veiligheidsraad nodig om sneller te reageren op internationale crises. De escalatie rond Iran laat opnieuw zien waarom een oorlog lijkt ver weg, maar de gevolgen zijn dat niet. We merken het direct in stijgende benzineprijzen en onzekerheid over vitale aanvoerroutes voor olie en gas. De Europese Unie kan hierin het verschil maken, mits zij eensgezind optreedt. En precies daar gaat het te vaak mi
Een Europese Veiligheidsraad zou bestaan uit regeringsleiders die in crisissituaties snel kunnen overleggen en gezamenlijke besluiten nemen namens Europa. Bij het uitbreken van de oorlog in het Midden Oosten gebeurde namelijk het tegenovergestelde. Vanuit verschillende hoeken van Europa klonken losse statements, met als gevolg geen duidelijke Europese stem. Zo sprak Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zich meerdere keren uit over de escalatie in het Midden Oosten, terwijl haar rol niet bedoeld is om namens alle lidstaten het Europese buitenlandbeleid te bepalen. Buitenlandchef Kaja Kallas en Raadsvoorzitter Antonio Costa lieten eveneens van zich horen, maar hun boodschappen werden overvleugeld door het optreden van Von der Leyen. Dat zorgt voor verwarring over wie Europa eigenlijk vertegenwoordigt op het wereldtoneel.
Via een Europese Veiligheidsraad spreekt Europa met een stem. En we hoeven er geen nieuw instituut voor op te tuigen
Door die wirwar aan Europese boodschappen blijft actie uit. En dat komt niet door een gebrek aan invloed, maar door een gebrek aan leiderschap. Bij elke crisis zoeken we eerst uit wie het woord voert, waarna dagen later het liefst pas na het weekend een reactie volgt. Deze besluiteloosheid kost waardevolle tijd en invloed.
Via een Europese Veiligheidsraad spreekt Europa met een stem. En we hoeven er geen nieuw instituut voor op te tuigen. Europese regeringsleiders komen al regelmatig samen in de Europese Raad, waar zij de grote politieke koers van de EU bepalen. Juist in geopolitieke crises kunnen we dit overleg sneller en doelgerichter inzetten. Afhankelijk van de crisis kunnen ook strategische partners buiten de EU aanschuiven, zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen of Zwitserland. Dat alles kan bovendien in nauwe afstemming met de NAVO.
Uitvoering bij lidstaten
Zon raad kan met een politieke meerderheid snel keuzes maken en richting geven aan een gezamenlijke Europese aanpak. De regie over de uitvoering blijft daarbij bij de lidstaten, die zelf bepalen welke middelen zij inzetten. Zo behouden landen hun invloed, terwijl Europa wel sneller tot een gezamenlijk standpunt kan komen en vervolgens ook kan handelen. Geen overbodige luxe in deze onvoorspelbare tijd.
Neem bijvoorbeeld de scheepvaart in de Straat van Hormuz, een cruciale route voor onze energievoorziening en internationale handel. We zien nu hoe snel verstoringen op zee direct doorwerken in onze economie en energieprijzen. Juist daarom zijn snelle, gezamenlijke besluiten vanuit Europa noodzakelijk bijvoorbeeld door nauwere coordinatie van maritieme veiligheid, informatie uitwisseling en intensievere samenwerking met onze bondgenoten, zodat de energiekosten voor mensen thuis en bedrijven betaalbaar blijven.
Strijd om macht
De ontwikkelingen rondom Iran laten zien hoe snel de wereld verandert en hoe hard de geopolitieke strijd om macht wordt gevoerd. In zon wereld moet Europa zijn gewicht in de schaal leggen. En dat gewicht hebben we. Maar dat kan alleen tot zijn recht komen als we sneller besluiten kunnen nemen en met een duidelijke stem spreken. Een Europese Veiligheidsraad kan daar een groot verschil in maken. Niet als nieuwe laag bureaucratie, maar als manier om ervoor te zorgen dat Europa op cruciale momenten niet langer toekijkt, maar daadwerkelijk richting geeft.
vvv
Trump dreigt NAVO met zware toekomst zonder steun bij Iran
NAVO steeds meer speelbal van Trumps wispelturigheid
EU buitenlandministers bespreken vandaag in Brussel of er een marinemissie komt in de Straat van Hormuz. Het gaat mogelijk om een uitbreiding van de bestaande Europese missie Aspides. In de praktijk betekent dat dat Europese fregatten koopvaardijschepen escorteren, maritieme patrouilles uitvoeren met schepen, drones en radars, en vooral een zichtbare militaire aanwezigheid hebben om aanvallen af te schrikken, zegt Europa correspondent Stefan de Vries.
De aanleiding is de oplopende spanning rond de belangrijke olie route langs Iran. Volgens de Amerikaanse president Donald Trump is het niet meer dan logisch dat landen die profiteren van de doorgang ook bijdragen aan de veiligheid ervan. In een interview met de Financial Times waarschuwde hij dat het gevolgen kan hebben voor de NAVO als bondgenoten niet meewerken.
De Vries zet vraagtekens bij de redenering van Trump. Hij zegt dat landen die ervan profiteren moeten helpen. Je zou ook kunnen zeggen dat landen die ervan profiteren, waaronder de Verenigde Staten, die straat niet in gevaar moeten brengen. Hij noemt de redenering van de Amerikaanse president dan ook vreemd. Hij eist nu dat Europese landen gaan helpen in zíjn oorlog.
EU buitenlandministers bespreken vandaag in Brussel of er een marinemissie komt in de Straat van Hormuz. Het gaat mogelijk om een uitbreiding van de bestaande Europese missie Aspides. In de praktijk betekent dat dat Europese fregatten koopvaardijschepen escorteren, maritieme patrouilles uitvoeren met schepen, drones en radars, en vooral een zichtbare militaire aanwezigheid hebben om aanvallen af te schrikken, zegt Europa correspondent Stefan de Vries.
De aanleiding is de oplopende spanning rond de belangrijke olie route langs Iran. Volgens de Amerikaanse president Donald Trump is het niet meer dan logisch dat landen die profiteren van de doorgang ook bijdragen aan de veiligheid ervan. In een interview met de Financial Times waarschuwde hij dat het gevolgen kan hebben voor de NAVO als bondgenoten niet meewerken.
Als er geen reactie komt of als er een reactie negatief is, denk ik dat het zeer slecht zou zijn voor de toekomst van NAVO. We hebben hen geholpen in verband met Oekraine. Nu zullen we zien of zij ons helpen, zei Trump.
Vreemde redenering
Hoe die uitbreiding er precies uit moet zien, is nog niet duidelijk. Tegelijkertijd zet De Vries vraagtekens bij de redenering van Trump. Hij zegt dat landen die ervan profiteren moeten helpen. Je zou ook kunnen zeggen dat landen die ervan profiteren, waaronder de Verenigde Staten, die straat niet in gevaar moeten brengen. Hij noemt de redenering van de Amerikaanse president dan ook vreemd. Hij eist nu dat Europese landen gaan helpen in zíjn oorlog.
Binnen Europa wordt verschillend gereageerd op het plan. Duitsland is sceptisch over een uitbreiding van de missie. In Berlijn leeft de zorg dat extra oorlogsschepen in de regio de spanningen verder kunnen laten oplopen. Diplomatie heeft daar voorlopig de voorkeur.
Hij eist nu dat Europese landen gaan helpen in zíjn oorlog
Nederland staat doorgaans pragmatischer tegenover dit soort operaties. De Nederlandse marine doet vaak mee aan internationale escortmissies, zegt De Vries. Waarschijnlijk staat Den Haag politiek wel open voor deelname, maar er moet eerst duidelijkheid komen over het mandaat en de risicos.
NAVO wordt speelbal
De dreigende taal van Trump richting de NAVO helpt volgens De Vries niet. Dat bevestigt eigenlijk alleen maar wat we het afgelopen jaar hebben gezien dat de NAVO steeds meer speelbal wordt van de wispelturigheid van Donald Trump.
Volgens hem benadrukt dat vooral de noodzaak voor Europese landen om minder afhankelijk te worden van de Verenigde Staten binnen het bondgenootschap.
Financiele steun voor Oekraine
Naast de marinemissie bespreken de ministers in Brussel ook nieuwe financiele steun voor Oekraine. De Europese Commissie werkt nog steeds aan een plan om een groot steunpakket rond te krijgen, ondanks tegenstand van landen als Hongarije en Slowakije.
Volgens De Vries wordt gezocht naar alternatieve constructies om die landen te omzeilen. Europa is creatief als het gaat om ingewikkelde situaties. Oekraine zal dat geld krijgen. Waarschijnlijk wordt later vandaag meer duidelijk na afloop van de vergadering van de EU buitenlandministers.
vvv
EU wil Europese BV invoeren Veel makkelijker uitbreiden binnen de EU
De Europese Commissie wil het binnenkort veel eenvoudiger maken om in meerdere EU landen een bedrijf te starten. Volgens een uitgelekt plan moet het mogelijk worden om binnen 48 uur zonder startkapitaal een onderneming op te richten die meteen in verschillende lidstaten actief kan zijn. Het voorstel, dat woensdag wordt gepresenteerd onder de naam EU Inc . moet het concurrentievermogen van de Europese economie versterken.
Het idee achter het plan is om het voor bedrijven makkelijker te maken om binnen de Europese interne markt te groeien. Als je nu een bedrijf begint in een EU land en je wil ook in andere EU landen actief zijn, dan moet je vaak gedwongen daar dochterondernemingen opzetten, zegt FD Europa correspondent Mathijs Schiffers. Daar gelden dan weer andere regels voor registratie, startkapitaal en allerlei andere zaken. Dat zorgt voor veel rompslomp en extra kosten.
Volgens Schiffers kiezen bedrijven er daardoor geregeld voor om hun activiteiten naar de Verenigde Staten te verplaatsen, waar uitbreiding eenvoudiger is. Het idee nu is een soort Europese BV die overal hetzelfde is en snel op te richten. Dan vallen die drempels weg en kun je veel makkelijker binnen de EU uitbreiden.
Het plan sluit aan bij bredere initiatieven om de Europese interne markt beter te laten functioneren. Als je een jong bedrijf bent en talent wil aantrekken, geef je mensen vaak opties. Maar daar komen allerlei fiscale vragen bij kijken, zegt Schiffers. Bijvoorbeeld waar iemand belast wordt als die soms in het ene land woont en dan weer in het andere. Dat zijn allemaal dingen die in dit voorstel geregeld worden.
Verordening, geen richtlijn
De Europese Commissie kiest in het voorstel waarschijnlijk voor een verordening en niet voor een richtlijn. Dat betekent dat de regels direct gelden in alle lidstaten.
Een verordening heeft directe werking. Een richtlijn moet eerst worden omgezet in nationale wetgeving, legt Schiffers uit. Bij richtlijnen zie je vaak dat landen er toch weer eigen regels aan toevoegen. Dan krijg je alsnog verschillen tussen landen, en dat is juist niet de bedoeling.
Het is een keuze tussen twee kwaden
Tegelijkertijd heeft die keuze ook nadelen. Voor een verordening is mogelijk unanieme steun van de lidstaten nodig. Daardoor bestaat het risico dat landen tijdens de onderhandelingen allerlei uitzonderingen willen toevoegen. Dan krijg je een soort kerstboom aan regels en dat maakt de zaak weer minder overzichtelijk, zegt Schiffers. Het is dus een keuze tussen twee kwaden.
Critici waarschuwen dat het voorstel daardoor kan uitgroeien tot een ingewikkeld geheel aan regelgeving. Toch ziet Schiffers ook voordelen. Als lidstaten het belang ervan inzien en niet te hoog in de boom gaan zitten, dan is de voorkeur om voor een verordening te gaan.
Geen Amerikaanse naam
Zelfs over de naam van het plan is discussie ontstaan. De Europese Commissie gebruikt voorlopig EU Inc. een term die lijkt op de Amerikaanse afkorting voor een bedrijfsvorm.
Daar is niet iedereen enthousiast over. Het model inc. kennen wij helemaal niet in Europa, dat is een Amerikaanse corporate vorm, zegt Schiffers. Het Europees Parlement wil liever een Latijnse naam, bijvoorbeeld societas europea unificata met de afkorting seu.
Of die naam het uiteindelijk haalt, is nog onduidelijk. De verwachting is dat de Europese Commissie het voorstel woensdag officieel presenteert.