Deze lezing gaat over twijfel. Leander Janse begint de lezing met twee gevaren van twijfels te benoemen. Vervolgens noemt hij personen uit de Bijbel die twijfelden. Duidelijk komt naar voren dat de duivel graag wil dat mensen twijfelen.
Hij noemt vervolgens vijf vormen van twijfel:
Opstandstwijfel: dit gaat over mensen die opstandig zijn en de waarheid onderdrukken. Ze weten dat God bestaat, maar laten twijfels toe en geloven niet in God. Dit is een erg heftige vorm van twijfel.
Morele twijfel: dit gaat om het twijfelen aan de goedheid, betrouwbaarheid en grootheid van God. Asaf en Job ervaarden deze twijfel ook, maar toch zagen ze dat God goed was.
Verstandstwijfel: bij deze vorm van twijfel wil je wel geloven, maar begrijp je het niet. Bid niet om een teken, maar geloof in Zijn beloften. Je neemt God niet op Zijn Woord, terwijl Zijn beloften waar zijn.
Wilstwijfel: bij deze vorm van twijfel noemt Leander Janse de rijke jongeling als voorbeeld. Hij wilde wel geloven, maar wilde niet al zijn goederen verkopen. Geef alles over aan God. En als dat moeilijk is, geloof dan in de woorden van Jezus: “Wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God!”.
Gevoelstwijfel: als je door emoties overmant bent, kun je soms niet meer op God vertrouwen. Maar let op Gods troost!
Leander Janse eindigt met de tekst uit Hebreeën 10:23: “Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw.”