Vroeger streepte de christelijke bibliotheek vloeken en lelijke woorden door in boeken. De televisie ging uit als er werd gevloekt. Is dat de manier waarop je als christen met vloeken moet omgaan?
Carin en Martijn vertellen waar vloeken vandaan komt, dat een krachtterm kan helpen als er iets pijnlijks gebeurt (‘Iedereen heeft een ventielwoord nodig’), waarom Nederlanders vloeken met ‘God’ en ‘Jezus’ en waarom het derde gebod over meer gaat dan vloeken.
Over het pleidooi tien jaar geleden van theoloog Rikko Voorberg om ‘gvd’ meer te zien als het vervloeken van het kwaad, zien Martijn en Carin wel wat. Tenminste, als dát de intentie is. Want zo wordt dit niet meer begrepen.
Wil je iemand aanspreken op het vloeken, leg dan uit wat de vloek met jou persoonlijk doet, is hun advies. Dat sluit beter aan dan over de heiligheid van God te beginnen tegen iemand die niet gelooft.
Martijn had in zijn vorige werk een collega die ‘Halleluja’ zei als iemand vloekte met ‘Jezus’. Dat is ook een luchtige manier om een vloek om te zetten in een lofprijzing, vindt Martijn. Want je kunt niet altijd een heel gesprek beginnen.