
Vrijdag 16 januari
16-1-2026 | 1967 u. 24 Min.
Marcus 2: 1-12 Toen Hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd het bekend dat Hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun Gods boodschap. Er werd ook een verlamde naar Hem toe gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze door de menigte niet bij Jezus konden komen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Hij was. En toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn slaapmat naar beneden zakken. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven.Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit! Wie kan zonden vergeven dan God alleen? Jezus wist meteen wat ze dachten en dus zei Hij: Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: Uw zonden zijn u vergeven of: Sta op, pak uw mat en loop? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven. Toen zei Hij tegen de verlamde: Ik zeg u, sta op, pak uw mat en ga naar huis. Meteen stond hij op, pakte zijn mat en ging weg. Alle mensen zagen het; ze stonden versteld en loofden God. Zoiets hebben we nog nooit gezien, zeiden ze. Zonde en tegenslag

Donderdag 15 januari
15-1-2026 | 1801 u. 45 Min.
Marcus 1: 40-45 Er kwam iemand naar Hem toe die door een huidziekte onrein was; hij smeekte Hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: Als U wilt, kunt U mij rein maken. Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: Ik wil het, word rein. En meteen verdween zijn ziekte en hij was rein. Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven. Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, waardoor Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar Hem toe komen. Een hart dat uitgaat naar lijdende mensen

Woensdag 14 januari
14-1-2026 | 1787 u. 26 Min.
Marcus 1: 29-39 Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes. Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen. s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar Hem toe; alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. Hij genas vele zieken van allerlei kwalen. Ook dreef Hij veel demonen uit, maar Hij stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie Hij was.Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Maar Simon en de anderen die bij hem waren, gingen Hem zoeken en toen ze Hem gevonden hadden zeiden ze tegen Hem: Iedereen is naar U op zoek! Toen zei Hij: Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan verkondigen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan. In heel Galilea verkondigde Hij het goede nieuws in de synagogen en dreef Hij demonen uit. Een typische dag

Dinsdag 13 januari
13-1-2026 | 1652 u. 23 Min.
Marcus 1: 21-28 Ze kwamen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals de schriftgeleerden. Op dat moment was er in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: Wat hebben wij met Jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben Je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie Je bent, de heilige van God. Jezus sprak hem streng toe en zei: Zwijg en ga uit hem weg! De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd. Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea. De uitdrijving van een onreine geest

Maandag 12 januari
12-1-2026 | 1543 u. 47 Min.
Marcus 1: 14-20 Nadat Johannes gevangengenomen was, ging Jezus naar Galilea, waar Hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat Hij zei: De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en geloof dit goede nieuws. Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: Kom, volg Mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken. Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. Iets verderop zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, en direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden Hem. En meteen lieten ze de netten achter en volgden Hem.



Podcast Bidden Onderweg