Henk Westbroek en Jelmer Gussinklo zijn er weer. Dit keer begint het met horloges – veel te veel horloges, meestal uit China en zelden op tijd. Henk duikt in een kafkaëske ruzie met een Spaanse verkoper die hem voor oplichter uitmaakt, terwijl het enige wat stuk is een lullig pinnetje blijkt te zijn.
Verder gaat het over reviews: wanneer ze zin hebben om er één te schrijven (zelden), wanneer ze het laten (meestal) en waarom je ze eigenlijk nooit serieus moet nemen. Behalve als het echt goed of echt beroerd is – alles daartussen is voor zeurpieten.
Tussendoor wordt de stijgende prijs van zo’n beetje alles verklaard – van Chinees eten tot vrachtwagens vol hout – en waarom dat nooit meer goedkoper gaat worden, wat politici ook beloven.
Ook passeren religie, spiritualiteit en ander vaag gedoe de revue. Henk gelooft nergens in, behalve in gezond verstand en een goede grap. Jelmer probeert het nog enigszins netjes te houden, maar faalt daar regelmatig in.
En alsof dat nog niet genoeg is: een gemiste huwelijksnacht, een aanstaande trip naar Parijs vol nostalgie, en uiteraard weer wat onsmakelijke radioherinneringen die je eigenlijk niet wil horen – maar toch krijgt.
Kortom: horloges, ergernis en levenslessen waar niemand om gevraagd heeft. Zoals gebruikelijk.