Vandaag deel ik een persoonlijk ervaringsverslag over mijn tijd als soldaat bij het Joegoslavische Volksleger, vlak voor het uitbreken van de oorlog, van 1989 tot 1990. In 1990 begon het Knin-conflict, dat uiteindelijk uitmondde in de Joegoslavische oorlog.
In Slovenië deden geruchten de ronde over overleden dienstplichtige soldaten, mishandelingen, en dat wie naar Kosovo werd gestuurd, het niet zou overleven, enzovoort. Ik wist dat allemaal, maar meldde me in een bui van jeugdige trots in het voorjaar van 1989 in Radovljica bij het legerdistrict om mijn dienstplicht te vervullen. Hoewel ik in Berlijn was opgegroeid, was ik namelijk Joegoslavisch staatsburger.
Vanwege de onrust in Kosovo — er dreigde praktisch een openlijke oorlog — ried iedereen in Slovenië me destijds af om me te melden. Men was bang dat ik naar Kosovo gestuurd zou worden, waar oorlogszuchtige toestanden heersten. Bij het legerdistrict in Radovljica verzekerde men mij echter dat er niemand uit de deelrepubliek Slovenië naar Kosovo zou worden gestuurd. Wie Sloveen was, zou gewoon ergens in Slovenië dienen; ik hoefde me geen zorgen te maken.