PodcastsReligie en spiritualiteitKoinonia Bijbelstudie Live

Koinonia Bijbelstudie Live

Robbert Veen
Koinonia Bijbelstudie Live
Nieuwste aflevering

486 afleveringen

  • Koinonia Bijbelstudie Live

    Ouweneel en Zuidema over Israël in de theologie

    01-2-2026 | 5 Min.
    Een theologische verkenning van twee contrasterende visies op de plaats van Israël in Gods heilsplan. Willem Ouweneel benadrukt een evangelicale verwachting van Israëls toekomstige bekering tot Christus, terwijl S.U. Zuidema juist pleit voor nederigheid en het respecteren van Israëls eigen, door God gewilde weg. Deze vergelijking laat zien hoe verschillend christenen de Schrift kunnen lezen — en hoe onze manier van spreken over Israël vooral iets onthult over onze eigen houding tegenover het mysterie van Gods handelen.

    Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
  • Koinonia Bijbelstudie Live

    Naar een kerk zonder Israël?

    20-1-2026 | 7 Min.
    Wanneer ik terugkijk op mijn eigen weg door de christelijke tradities, zie ik hoe verschillend de visies op Israël altijd zijn geweest. In de Vergadering van Gelovigen, waar ik zelf een tijdlang verkeerde, bood de bedelingenleer nog een zekere garantie dat Israël in Gods toekomst een plaats zou houden. Men sprak over de opname van de gemeente, en daarna zou God Zijn beloften aan het aardse volk Israël gaan vervullen. Zelfs de Torah, zo zei men, zou dan weer in ere worden hersteld. Het was een toekomstbeeld, een eschatologische verwachting, maar het had tenminste nog een vorm van trouw in zich.

    Daartegenover stond de gereformeerde theologie, die Israël vooral waardeerde als volk van het verleden. Het verbond, zo leerde men, was al vanaf Adam aanwezig en werd in Christus vernieuwd, maar bleef wezenlijk hetzelfde. De besnijdenis werd vervangen door de doop, de wetgeving kreeg een andere gestalte, maar de lijn bleef doorlopen. Israël had een fundament gelegd, maar de kerk had het huis gebouwd.

    En dan de evangelische beweging, inclusief de Vergadering: daar zag men voor Israël alleen nog een rol in de toekomst, ná de tenhemelopneming van de christenen. Het heden van Israël, het concrete volk, de levende traditie — die bleven buiten beeld.

    Niemand, werkelijk niemand, zag de betekenis van het huidige Israël.

    Zelfs onder Joodse christenen heerste verdeeldheid. Sommigen schaarden zich achter de evangelische visie, anderen achter de gereformeerde. Sommigen bevestigden hun verbondenheid met Israël vooral omdat zij meenden dat er een opdracht lag om het evangelie aan Israël te brengen. Anderen probeerden evangelische gemeenten te vormen die rabbijns‑joodse elementen in de liturgie opnamen, maar dan vooral met missionaire bedoelingen. En ja, er was dialoog met de rabbijnse traditie — maar mondjesmaat, en meestal vanuit de vanzelfsprekende overtuiging dat het Nieuwe Testament superieur was.

    Voor mij persoonlijk werd het anders toen ik werkelijk in aanraking kwam met de rabbijnse traditie. Toen ik Hebreeuws leerde. Toen ik de commentaren las, de Talmoed, en vooral toen ik in gesprek kwam met orthodox‑joodse leraren en vrienden. Dat heeft mijn theologische horizon blijvend veranderd.

    En nu sta ik op een kruispunt. Aan de ene kant zie ik de mogelijkheid om de christelijke theologie te hervormen, te zuiveren van de Griekse filosofische lagen die haar hebben vervormd, en haar opnieuw te wortelen in de Joodse denkwijze die al in het Nieuwe Testament aanwezig is. Maar tegelijk zie ik dat de kerk van vandaag — verzwakt, uitgehold, versnipperd — zo’n reformatie niet meer kan dragen. De generatie die nog over is, is moe. De structuren zijn fragiel. De geestelijke weerstand is laag.

    Aan de andere kant zie ik een weg die misschien bescheidener is, maar wel haalbaar: binnen de christelijke theologie twee dingen versterken. Ten eerste: de steun en solidariteit met Israël, niet als politiek programma, maar als theologische trouw. En ten tweede: de verrijking van de christelijke ethiek door de halachische manier van denken vruchtbaar te maken — Maimonides in plaats van Aristoteles, om het kort te zeggen. Een ethiek die niet begint bij abstracties, maar bij concrete daden, bij verantwoordelijkheid, bij het leven zelf.

    Maar dan lees ik bijdragen zoals die van Steven Paas. Teksten die de breuk met het jodendom niet alleen bevestigen, maar zelfs verdiepen. Teksten die steeds polemischer worden, steeds stelliger, steeds verder verwijderd van de Joodse wortels van het evangelie. En dan zinkt mij soms de moed in de schoenen. Dan vraag ik mij af of deze christelijke boedel nog wel te redden is. Of het niet beter is om haar aan haar lot over te laten.

    Want het voelt soms alsof de stemmen van Miskotte, van Zuidema, van al diegenen die de Joodse wortels van het christendom wilden eren, nooit echt gehoord zijn. Alsof de herlezing van het Nieuwe Testament door Sanders, Dunn en Nanos — die ons wilde bevrijden van eeuwen misverstaan — eenvoudigweg is weggewuifd. Alsof de theologie zich laat meeslepen door de propaganda van de dag, in plaats van door de Schrift en de traditie.

    En soms lijkt het alsof sommigen vooral willen dat de kerk zich naast de islam opstelt, en zich daarom des te sterker distantieert van Israël. Alsof de oude reflexen weer opstaan. Alsof de kerk opnieuw flirt met een vorm van Marcionisme, opnieuw de Joodse wortel wil afsnijden, opnieuw de Messias losmaakt van zijn volk.

    En dan denk ik aan de jaren dertig. Aan de Germaans‑christelijke beweging. Aan Arius. Aan Marcion. Aan al die momenten waarop de kerk haar eigen antisemitische kern niet onder ogen wilde zien — en daardoor bijna ten onder ging.

    Ik zeg dit niet lichtvaardig: de kerk staat opnieuw op zo’n moment. Voor de derde keer in haar geschiedenis wordt zij geconfronteerd met haar eigen neiging om Israël te marginaliseren, te vergeten, te vervangen. En dit keer is de situatie ernstiger dan ooit, omdat de kerk zelf zo zwak is geworden.

    Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
  • Koinonia Bijbelstudie Live

    Straf en verzoening - naar een nieuwe manier van denken en geloven

    11-1-2026 | 8 Min.
    Er zijn vragen die we niet kunnen negeren, hoe vaak we ze ook proberen weg te duwen. De betekenis van Jezus' dood is zo'n vraag. Ze blijft terugkomen, omdat ze de kern raakt van wat het christelijk geloof zegt over God, mens en wereld. Misschien ook omdat woorden zoals straf, schuld en plaatsvervanging steeds minder vanzelfsprekend klinken als we ze naast de Bijbel, geschiedenis en onze eigen ervaring van God leggen.
    Het is niet dat deze woorden leeg zijn geworden, maar soms verhullen ze meer dan ze onthullen. Ze passen niet meer zonder dat er iets wringt. Als je teruggaat naar de wereld van de Hebreeuwse Bijbel, valt meteen iets op dat de klassieke strafleer onder druk zet. Offers functioneren daar niet als strafmechanisme. Het dier wordt niet gestraft, de zonde wordt niet op het dier gelegd en het offer bevredigt niet Gods toorn.
    De logica van Leviticus gaat over reiniging, herstel en nabijheid. Het gaat om het wegnemen van onreinheid, het herstellen van gemeenschap en het openen van een ruimte waar mens en God elkaar weer kunnen ontmoeten. Dat is de wereld waarin Jezus en Paulus leefden. Het is dan vreemd om Jezus' dood te zien als een strafmoment dat in de Hebreeuwse Bijbel nergens voorkomt.
    Ook Paulus' taal wijst in een andere richting dan vaak wordt aangenomen. Het woord hilasterion in Romeinen 3 verwijst niet naar het stillen van toorn, maar naar het wegnemen van zonde en naar de plek waar God en mens elkaar weer kunnen ontmoeten. Moderne lexica, het gebruik in de Septuaginta en de Joodse liturgische traditie ondersteunen dat.
    Paulus spreekt bovendien in termen van verzoening, bevrijding, rechtvaardiging en participatie in Christus. Deze woorden bewegen richting transformatie, niet strafverplaatsing. Ze passen bij een God die mensen naar zich toe wil brengen, niet bij een God die eerst genoegdoening eist voordat hij kan vergeven.
    Zelfs Jesaja 53 vertelt een ander verhaal wanneer je het nauwkeurig leest. De dienaar draagt, geneest en leidt omwille van het volk, maar nergens staat dat God hem straft in plaats van het volk. De tekst spreekt over solidariteit, over het opnemen van andermans lasten en over het doorleven van onrecht.
    De evangelieën vertellen het verhaal van Jezus' dood ook niet als een strafmoment dat God nodig heeft om te vergeven. Ze laten zien hoe Jezus trouw blijft tot het einde, hoe Gods Koninkrijk botst met menselijke macht, hoe liefde zichtbaar wordt in kwetsbaarheid en hoe leven sterker blijkt dan dood.
    Het beeld van het paasland dat Johannes gebruikt, is veelzeggend. Het lam wordt niet gestraft, maar het beschermt en bevrijdt. Zo wordt het paasland beschreven in Exodus; het land opent een weg. De evangelieën kennen geen scène waarin God zijn toorn op Jezus uitstort. Ze vertellen eerder hoe menselijke macht en angst zich tegen hem keren en hoe God hem rechtvaardigt door hem op te wekken.
    Wanneer je vervolgens luistert naar de vroegste kerk, hoor je vooral taal van genezing, bevrijding en transformatie: Christus als genezer, bevrijder, degene die de mensheid binnenleidt in Gods leven. De taal van straf verschijnt pas veel later in een andere context met andere vragen.
    De vroegste christenen dachten niet in termen van een hemels-juridisch systeem dat moest worden voldaan, maar in termen van bevrijding uit slavernij, genezing van gebrokenheid en deelname aan nieuw leven.
    Dit alles doet ertoe, omdat geloof alleen kan ademen wanneer het waarachtig is. Als de taal van straf wringt – historisch, moreel of pastoraal – dan is het geen verlies om haar los te laten. Het is een uitnodiging om dieper te luisteren naar de schrift, traditie en ervaring van mensen.
    En dan komt een praktische vraag: hoe vieren we het avondmaal wanneer traditionele liturgische taal vaak spreekt over het offerlam dat voor onze zonden gestorven is? Hoe kunnen we deze tafel vieren zonder de substitutieve logica te herhalen die we theologisch niet langer kunnen dragen?
    Misschien begint dit met beseffen dat het avondmaal nooit bedoeld was als heropvoering van een hemels strafmoment. Het is een maaltijd, geen rechtszitting. Jezus breekt brood en deelt wijn om gemeenschap te scheppen.
    Hij geeft zichzelf niet als gestrafte, maar als degene die liefheeft tot het uiterste. De tafel is een plek van herinnering én tegenwoordigheid; een plek waar we proeven dat God nabij is; dat vergeving geen transactie, maar een gave is; dat gemeenschap geschonken wordt.
    Misschien kunnen we de taal van het offerlam opnieuw horen als bevrijding: het paaslam in Exodus wordt niet gestraft; het beschermt en opent een weg naar vrijheid.
    In die lijn kan het avondmaal een viering worden van bevrijding, reiniging en nieuw leven: een plek waar we leren dat verzoening begint bij liefde die zichzelf geeft.
    Misschien is dit de weg: niet de liturgie afschaffen, maar opnieuw horen; niet woorden schrappen, maar ze laten ademen in het licht van de schrift zelf; Niet de avondmaalstafel veranderen in een dogmatische boodschap, maar de maaltijd laten zijn wat ze altijd al was: een maaltijd vol genade, gemeenschap en leven sterker dan de dood.

    Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
  • Koinonia Bijbelstudie Live

    Zijn bloed kome over ons - een voorbeeld van retorische genocide

    05-1-2026 | 4 Min.
    Er zijn momenten waarop taal zijn onschuld verliest.

    Woorden die ooit bedoeld waren om iets te duiden, raken los van hun oorspronkelijke context en gaan een eigen leven leiden. Ze worden geladen, ideologisch, gevaarlijk. De geschiedenis van de christelijke omgang met Mattheüs 27:25 laat dat op pijnlijke wijze zien. De zin “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen” is in de loop der eeuwen verschoven van een dramatische uitspraak binnen een intern Joods conflict naar een van de meest destructieve instrumenten van christelijk antisemitisme. Niet omdat de tekst dat per se beoogde, maar omdat latere generaties hem hebben ingezet als retorisch wapen tegen een heel volk.

    De ethische waarde van taal ligt echter niet in de intentie, maar in de uitwerking.

    Wie de geschiedenis van het antisemitisme kent, herkent het patroon. Een tekst wordt uit zijn bedding gelicht, veralgemeniseerd, moreel verzwaard en vervolgens gebruikt om een collectief te demoniseren. De historische situatie vervaagt; wat overblijft is een ideologisch beeld van “de Joden” als moreel verdorven en schuldig. Zo ontstaat een blood libel: een beschuldiging die niet langer verwijst naar feiten, maar naar een vijandbeeld dat zichzelf voedt.

    Vanuit die historische gevoeligheid zie ik met groeiende zorg hoe in het hedendaagse debat over Israël vergelijkbare mechanismen werkzaam zijn. Termen als “genocide”, “apartheid”, “kolonialisme” en “bezetting” worden in bepaalde activistische contexten niet gebruikt als nauwkeurige juridische begrippen, maar als ideologische etiketten die een volk of een staat reduceren tot een morele karikatuur.

    Dat betekent niet dat elk gebruik van deze woorden per definitie onjuist of kwaadaardig is. Maar in vele discoursen functioneren ze niet langer beschrijvend; ze worden instrumenten van demonisering. Slogans die emoties aanwakkeren in plaats van de werkelijkheid te verhelderen. Wapens in een ideologische strijd, geen middelen tot analyse. Precies daarin schuilt hun gevaar.

    De parallellen met Mattheüs 27:25 zijn niet historisch, maar retorisch. In beide gevallen zien we hoe taal wordt losgemaakt van nuance en context, hoe een collectief wordt aangesproken alsof het één morele actor is, hoe een complex conflict wordt teruggebracht tot een zwart-witbeeld, en hoe woorden worden gebruikt om een vijandbeeld te creëren dat zich afsluit voor correctie.

    Wanneer ik hoor hoe pro-Palestijnse groepen en Hamas-aanhangers termen als “genocide” en “apartheid” hanteren, herken ik datzelfde mechanisme. De woorden dienen niet om een juridische discussie te voeren, maar om een moreel oordeel te vellen. Niet om de werkelijkheid te onderzoeken, maar om een vijandbeeld te bevestigen. Ze functioneren niet als begrippen, maar als beschuldigingen. In die zin zijn het moderne blood libels.Het gaat er niet om politieke kritiek onmogelijk te maken. Kritiek op staten, regeringen, beleid en militaire acties is essentieel in elke democratische samenleving. Maar kritiek verliest haar legitimiteit wanneer zij omslaat in demonisering. Wanneer woorden worden gebruikt om een volk te ontmenselijken, wanneer begrippen worden ingezet als wapens, wanneer taal wordt gebruikt om haat te mobiliseren, betreden we gevaarlijk terrein. De geschiedenis van het antisemitisme laat zien hoe snel zulke retoriek kan ontsporen.

    Daarom is het noodzakelijk deze mechanismen te benoemen. Niet om historische situaties gelijk te schakelen, maar om zichtbaar te maken hoe vijandbeelden ontstaan. Hoe taal groepen kan reduceren tot negatieve morele categorieën. Hoe woorden kunnen worden ingezet om haat te legitimeren. En hoe belangrijk het is om alert te blijven op elke vorm van retoriek die mensen ontmenselijkt, ongeacht wie het doelwit is. 

    Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
  • Koinonia Bijbelstudie Live

    Het gebod in het Oude en het Nieuwe Testament

    25-12-2025 | 7 Min.
    De Bijbel gebruikt het woord gebod (Hebreeuws mitsvah, van tsivvah; Grieks entolē) niet als een koude regel, maar als een verbondswoord. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament verwijst het naar Gods liefdevolle leiding. Tsivvah betekent “opdragen” binnen een relatie van trouw: Gods geboden zijn bedoeld als wegwijzers naar leven, welzijn en toekomst, zoals te zien is in Deuteronomium 4:40 en Jozua 1:7. Ze beschermen het leven en rusten de mens toe.Het Nieuwe Testament sluit hier direct op aan. Entolē krijgt bij Jezus een diepe, relationele betekenis. Zijn woorden in Johannes 14:15 en 15:12 laten zien dat gehoorzaamheid voortkomt uit liefde en dat Zijn gebod — elkaar liefhebben zoals Hij liefheeft — de vervulling is van Gods bedoeling. 1 Johannes 5:3 verbindt dit expliciet met Deuteronomium: Gods geboden zijn niet zwaar, maar een weg naar leven.Daarom is het onjuist te denken dat christenen “niets met de Torah te maken hebben”. Jezus schaft de Torah niet af, maar bevestigt en verdiept haar. “Mijn geboden” verwijst naar dezelfde goddelijke wil die Mozes onderwees. De Torah van Mozes en de wet van Christus zijn geen tegenpolen, maar verschillende momenten in hetzelfde verhaal van Gods onderwijzing. Wie Jezus volgt, wandelt in de weg die God vanaf het begin heeft gewezen: een leven van liefde, trouw en gehoorzaamheid.

    Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.

Meer Religie en spiritualiteit podcasts

Over Koinonia Bijbelstudie Live

Onder naam KOINONIA BIJBELSTUDIE verzorg ik regelmatig bijbelstudies en beschouwingen over het kerkelijke leven. Soli Deo Gloria!Become a supporter of this podcast: https://www.spreaker.com/podcast/koinonia-bijbelstudie-live--595091/support.
Podcast website

Luister naar Koinonia Bijbelstudie Live, Christine en Gerjanne weten het (ook niet) en vele andere podcasts van over de hele wereld met de radio.net-app

Ontvang de gratis radio.net app

  • Zenders en podcasts om te bookmarken
  • Streamen via Wi-Fi of Bluetooth
  • Ondersteunt Carplay & Android Auto
  • Veel andere app-functies

Koinonia Bijbelstudie Live: Podcasts in familie