PodcastsChristendomGeruis Uit De Kluis

Geruis Uit De Kluis

Pater Hugo
Geruis Uit De Kluis
Nieuwste aflevering

50 afleveringen

  • Geruis Uit De Kluis

    Je handen druipen van het bloed!

    25-04-2026 | 26 Min.
    “Je handen druipen van het bloed.” In april 2026 had de paus niet duidelijker kunnen zijn in de richting van het Amerikaanse regime. “God wijst oorlog af. Niemand kan God gebruiken om de oorlog te rechtvaardigen,” zei hij. “Hij luistert niet naar het gebed van wie oorlog sticht. Hij verwerpt het en zegt: ‘Je kunt bidden wat je wilt, ik luister niet. Je handen druipen van het bloed.’”
    Vrijwel onmiddellijk verscheen er een van Donald Trumps beruchte tweets, doorspekt met woorden in schreeuwende hoofdletters. ‘ Paus Leo is ZWAK tegen de misdaad, en verschrikkelijk in zijn buitenlandpolitiek.’ Daarop volgde een onsamenhangende alinea in wappie-spraak over de Kerk en de coronamaatregelen en de opmerking dat de paus alleen zou zijn gekozen omdat hij Amerikaan was. Om Trump te paaien, nog wel.
    Dat was een wat hersenloze reactie van het niveau dat we van Trump zo langzamerhand wel kennen. ‘Ik hoef niet te klinken alsof ik erover heb nagedacht, want ik heb toch de macht.’ En dat terwijl er best inhoudelijke kritiek op de paus mogelijk zou zijn geweest. Ook veel christenen waren best geschokt door zijn woorden. De katholieke traditie denkt immers van oudsher helemaal niet zo zwart-wit pacifistisch als veel mensen denken.
    Het duurde dan ook niet lang voor een hele tros van Trumps conservatief-christelijke handlangers over elkaar heen buitelden om de paus daaraan te herinneren.
    Bijvoorbeeld Mike Johnson, de voorzitter van het huis van afgevaardigden. ‘Er is toch een complete katholieke theologie van de ‘rechtvaardige oorlog?’ riep Hij. Daar had hij gelijk in, maar daarmee vertelde hij de paus niks nieuws. Die heeft geen baptisten uit Louisiana nodig om hem dat uit te leggen. Hij is zelf nota bene een augustijn, dus een lid van de kloosterorde die vernoemd is naar de heilige Augustinus. En laat dat nou net de grondlegger zijn van die doctrine van de zogenaamde ‘rechtvaardige oorlog.’
    Dus waarom was de paus zo fel? De Amerikanen hadden de Iraanse machthebbers toch aangevallen om te voorkomen dat die kernwapens zouden krijgen. En toch ook om de bevolking de gelegenheid te geven om hun moorddadige regime omver te werpen. Dat was toch wel rechtvaardig genoeg, allemaal, of niet dan?
    Maar klinkt ‘rechtvaardige oorlog’ niet sowieso een beetje raar? Kan het ooit oké zijn in de ogen van God om massa’s mensen te vermoorden en de beschaving te vernielen? Aan de andere kant, wat dan weer als je je moet verdedigen? Dat moet toch mogen? En heeft Trump niet een beetje gelijk als hij zegt dat het niet zo’n goed idee is als een bloeddorstig stelletje islamitische fundamentalisten een atoombom krijgt? Maar hoever mag je dan gaan om dat te voorkomen?
    Hoe heeft de Kerk daar eigenlijk in de loop van de eeuwen over gedacht?
    Over Jezus zelf kunnen we kort zijn. Sommige geleerden beweerden vroeger wel dat Hij zelf een soort strijder was die met geweld het einde der tijden en Gods koninkrijk af meende te kunnen dwingen. Dat vergt alleen wel echt een vorm van hogere uitlegkunde - of inlegkunde, beter gezegd. Want de vier Evangelies schetsen echt een ander beeld. ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld,’ zegt Hij, en ‘zalig zij die vrede stichten, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.’ Als Petrus probeert te voorkomen dat Jezus gearresteerd wordt en met een zwaard om zich heen begint te slaan zegt hij: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen.’
    En ook de vroege christenen lijken nog eeuwenlang echt radicale pacifisten te zijn geweest. En dat terwijl ze verder absoluut niet persé van die extreem vriendelijke types waren. Dat konden ze zich ook helemaal niet permitteren, want christen zijn was gevaarlijk en illegaal. Als je werd aangegeven kon je ervoor gemarteld en ter dood gebracht worden. Dat merk je dan ook gelijk aan de harde toon van veel van de geschriften die we uit die tijd nog hebben.
    Zo was bijvoorbeeld Tertullianus, uit de tweede eeuw, een meedogenloze fanaat, bij wie er voor afvalligen geen vergeving mogelijk was. Niet voor niks staat hij nergens op de heiligenkalender. Een Kerk die vergeeft is een Kerk die capituleert, vond hij. Vrouwen noemde hij de poort van de duivel en hij was tegen geleerdheid. ‘Wat heeft Athene te maken met Jeruzalem?’ zei hij. In die zin zou hij tegenwoordig zo in het Trump-kamp hebben gepast.
    Toch is hij glashelder als het op geweld aankomt. Voor hem kan een christen geen soldaat zijn.
    “Hoe moet een christen als soldaat oorlog voeren,” zegt hij. “Sterker nog, hoe zal hij zelfs in vredestijd dienen, zonder het zwaard? Maar dat heeft de Heer weggenomen!”
    Iets later leefde Origenes. Die had alle reden om wrok en agressie te koesteren, want toen hij zeventien was werd zijn vader door de Romeinen ter dood gebracht omdat hij christen was. Toch was hij niet uit op wraak, maar juist radicale pacifist. Het Koninkrijk van God was aanstaande, en zou zonder geweld van christenen door God zelf tot stand worden gebracht.
    “Wij nemen niet meer het zwaard op tegen enig volk en wij leren niet meer de oorlog, want wij zijn vredestichters geworden door Jezus Christus, onze aanvoerder.”
    Hij hield die houding zijn hele leven consequent vol, terwijl hij voortdurend werd geconfronteerd met vijandigheid en agressie. Uiteindelijk stierf hij, gebroken door afschuwelijke martelingen, onder keizer Decius.
    Maar dan, in de vierde eeuw, verandert er iets. Constantijn de Grote, de Romeinse keizer, maakt het christendom tot een legale religie. In de praktijk zelfs een religie waar je bij wil horen als je in zijn maatschappij iets wilt bereiken. Geen wonder dat massa’s mensen zich laten dopen, en dat de ongenaakbare martelaarscultuur van types als Tertullianus en Origenes al snel verdampt in de Kerk. Maar dat levert een levensgroot probleem op. Want het maakt de Kerk, minstens indirect, medeverantwoordelijk voor de politieke cultuur van het Romeinse Rijk. Als keizers ten strijde trekken met het kruisteken op hun banieren moet de Kerk daar wat van vinden, linksom of rechtsom.
    Dat de Kerk door haar nieuwe, bevoorrechte status meer pragmatisch werd, werd al snel duidelijk. De synode van Arles, een grote kerkvergadering helemaal aan het begin van deze periode, besliste al gelijk dat christenen in het vervolg het leger in mochten. Ze moesten alleen wel boete doen als ze ook daadwerkelijk bloed vergoten. Een ongemakkelijk compromis, zo te horen. Om niet te zeggen hypocriet.
    Het was de heilige Augustinus van Hippo die aan het begin van de vijfde eeuw de theologie op het gebied van oorlog en geweld meer vlees op de botten gaf. De vragen die hij moest beantwoorden waren hele andere dan die van Tertullianus. Het ging niet meer over christenen die vervolgd werden, maar over christenen die de macht hadden. Die de heersende beschaving droegen en in stand hielden onder druk van vijanden van buiten en verrotting van binnen.
    In 410 werd Rome geplunderd door de Visigoten, en zelf was hij bisschop in Noord-Afrika. Daar werden de Romeinse steden dan weer voortdurend bedreigd door de legers van de Vandalen.
    Dat leverde allemaal hele concrete, praktische vragen op. In hoeverre mogen christenen zich in zo’n situatie met geweld verdedigen? Augustinus’ ideeën waren dus geen vluchtige theorietjes die op een lome zomernamiddag vrijblijvend aan elkaar gefantaseerd waren. Het waren acute dilemma’s. Augustinus zou uiteindelijk zelf sterven in een belegerde stad. Niet alleen hij lag in doodsstrijd, zijn bisschopsstad Hippo ook. Een paar maanden na zijn dood zou het worden ingenomen en van de kaart geveegd.
    In zo’n wereld was het voor Augustinus niet houdbaar elke vorm van oorlog rücksichtslos te veroordelen. Dat deed hij dan ook niet. Voor hem was de vraag niet meer: ‘Mag ik als christen vechten?’ maar: ‘wat leeft er in mijn innerlijk terwijl ik vecht?’
    Hij schrijft: ‘De zucht om kapot te maken, de wreedheid van het wraak nemen, de onverzoenlijke en onverzadigbare geest, de losgeslagen opstand, de lust om te overheersen en al dat soort dingen: dát is wat in oorlogen moet worden veroordeeld.’
    Vooral die ‘lust om te overheersen,’ de Libido Dominandi, wordt daarbij een sleutelbegrip. Als die in het spel is, wordt het moeilijk een oorlog als terecht te betitelen. Dat maakt het voor oorlogszuchtige naties al gelijk weer lastig om zich met dit soort theologie in de hand te rechtvaardigen.
    Die zucht naar overheersing speelt - naast de honger naar gebiedsuitbreiding en rijkdom - immers bijna altijd wel een rol bij het uitbreken van oorlog. Vrome praatjes over het beschermen van de wereld tegen chemische of nucleaire wapenarsenalen of het redden van een onderdrukte bevolking van een wreed regime bedekken meestal een hele andere agenda. Een agenda die is opgesteld in de onderbuik van de machthebbers.
    Verder vond Augustinus het ook belangrijk dat niet zomaar iedereen het recht had oorlog te voeren. Dat kon alleen op basis van een wettig gezag. Dat gezag is door God gegeven om de vrede in de schepping te bewaren. “De natuurlijke orde, die op vrede is gericht, vereist dat het gezag en de beslissing om oorlog te voeren bij de vorst berusten,” schrijft hij daarom.
    De losse ideeën over de rechtvaardiging van oorlog uit Augustinus’ werk kregen op den duur een enorme invloed in het christelijke Westen. Uiteindelijk belandden ze ook in de officiële wetgeving, maar dat gebeurde pas in de twaalfde eeuw. Toen werden ze in het decretum van Gratianus opgenomen, zeg maar het toonaangevende kerkelijke recht van die tijd. Nog iets later leefde de heilige Thomas van Aquino, die het denken over oorlog en vrede in een verfijnd systeem paste. Dat deed hij trouwens met heel de waarneembare werkelijkheid. Hij had, met andere woorden, ook last van een Libido Dominandi, een lust om te beheersen. Of misschien was het in zijn geval eerder een Libido Ordinandi, een zucht om te catalogiseren. In ieder geval ontsnapte ook de oorlog niet aan zijn aandacht. Hij benaderde het probleem met de nuchtere droogte die we van hem kennen:
    “Om een oorlog rechtvaardig te maken zijn er drie dingen nodig: ten eerste het gezag van een vorst, op wiens bevel de oorlog gevoerd moet worden. Ten tweede een rechtvaardige aanleiding, namelijk dat diegenen die worden aangevallen het daar door hun eigen schuld zelf naar gemaakt hebben. Ten derde dat het doel van de oorlogvoerenden juist is: gericht op het bevorderen van het goede of het bestrijden van het kwade.”
    Thomas systematiseert wat bij Augustinus nog los op concrete situaties gericht was. Hij poneert drie heldere criteria. Oorlog kan alleen rechtmatig worden gevoerd door de soevereine vorsten van naties, waarvan hij geloofde dat hun gezag door God gegeven was. Verder is oorlog nooit een doel op zichzelf. Het is een middel tot vrede, een geordende rust. Dat is kenmerkend voor Thomas. Bij hem is altijd alles gericht op orde. Ordenen was zijn ding. In feite bestaat heel zijn werk eruit om hemel en aarde - aan de hand van Aristoteles - te ordenen. Hij zou tot patroon van de autisten verklaard moeten worden. Enfin, dat terzijde.
    Zijn werk zette ondertussen wel de kroon op de traditie van de Bellum Iustum, de “Rechtvaardige Oorlog,” die met het werk van Augustinus was begonnen. Er lag in het vervolg een overzichtelijke, heldere kerkelijke leer over oorlog en vrede. Dat was, achteraf, geen zegen. Zoals het er stond was de regel veel te kwetsbaar voor misbruik. Het was voor christelijke naties wel erg makkelijk geworden geweld te rechtvaardigen. Hun Libido Dominandi was op geen enkele manier overwonnen of zelfs maar milder geworden. Alleen verstopt onder een enorme berg mooie spreuken.
    Dat begon echt heel storend op te vallen nadat het nieuwe continent Amerika was ontdekt. Dat gebeurde door de Spanjaarden. Die waren weliswaar officieel zo ongeveer de katholiekste natie ter wereld, maar ze maakten er geen christelijk schouwspel van. Onder het mom van het verspreiden van het Evangelie en het bestrijden van het heidendom zaaiden ze dood en verderf onder de inheemse bevolking, de Azteken.
    Nou was dat heidendom van die Azteken wel - de eerlijkheid gebiedt het te zeggen - een van de meest bloeddorstige religies die de wereld ooit gezien heeft. Mensen offeren was voor hen geen bijkomstigheid, maar het hart van hun hele kosmologische orde. Zonder mensenoffers geen zonsopgang. Maar de manier waarop de Spanjaarden daar een eind aan maakten had niks te maken met geloofwaardig christendom. Moorden in naam van het leven is trouwens altijd een rare manier van doen.
    Nou is het zo dat juist de zwartste bladzijden uit de menselijke geschiedenis soms enorm vruchtbaar worden gemaakt door diegenen die het niet kunnen aanzien. En zo ging het ook nu weer. Spanje was in die tijd een natie vol kloosters. Daarin lag een enorme kracht ten goede verborgen. Zowel de dominicanen als de jezuïeten zouden in de drie eeuwen daarna hun uiterste best doen om de Spaanse bezetters van Zuid-Amerika tot medemenselijkheid te dwingen. Voor ons onderwerp van vandaag zijn twee dominicanen uit Salamanca het meest relevant. Zij vonden in feite het internationale recht uit.
    De eerste was Francisco de Vitoria, die zonder omhaal van woorden zei: “Er is maar één en één enkele aanleiding tot een rechtvaardige oorlog: dat er onrecht is aangedaan.” En: “Verschil in godsdienst is géén reden voor een rechtvaardige oorlog.” Daarmee zette hij een streep door een hele reeks reflexen die iedereen tot dan toe doodnormaal had gevonden. Weg met kruistochten, weg met oorlogen over reformatie en tegenreformatie. En ook nieuw: inheemse volkeren zijn mensen met rechten, of ze nou gedoopt zijn of niet. Al die dingen ontmaskerde hij voor wat ze waren: voorwendsels voor het uitleven van hebzucht en de lust om te overwinnen.
    Maar hij trok ook ten strijde tegen zaken die wij ook nu nog om ons heen zien gebeuren. In zijn boekje was niet alleen geen ruimte meer voor godsdienstoorlogen, maar ook niet meer voor preventieve oorlogen. De tweede Irak-oorlog en de oorlog van Trump tegen de Perzen zou hij zonder meer hebben afgekeurd.
    Alleen een werkelijk geleden onrecht rechtvaardigt gewapend optreden. Maar ook dan gelden er beperkingen.
    “Als het,” zo schrijft hij, “nodig zou zijn om grotere rampen te veroorzaken dan het goed dat hersteld moet worden is het niet geoorloofd een oorlog te beginnen.”
    Daarmee introduceerde de Vitoria het zogenaamde proportionaliteitsbeginsel, nog steeds een van de pijlers onder het moderne humanitaire oorlogsrecht.
    Een medebroeder van hem die net een generatie later leefde, Francisco Suárez voegde daar nog het principe van de ultima ratio aan toe. Oorlog is alleen geoorloofd als alle andere middelen zijn uitgeput. Zo legde hij de basis voor wat onze eigen Hugo de Groot later verder zou uitwerken. Die gaf er ook voor het eerst expliciet de naam volkerenrecht aan.
    Het internationale recht is dus geboren uit de moraaltheologie van twee Spaanse priesters. Dat je het maar even weet. Knoop het in je oren. Lekker puh.
    Maar toen kregen we dit: [beelden van de loopgraven]
    en toen dit: [paddestoelwolk].
    Oorlogsrecht heeft alleen maar zin als een oorlog beheersbaar blijft. Als de middelen in verhouding staan tot het doel. Dat er een onderscheid kan blijven worden gemaakt tussen soldaten en burgers. De twintigste eeuw maakt dat alles definitief onmogelijk.
    Eerst kregen we de loopgraven, machinegeweren en gifgasaanvallen van de eerste wereldoorlog. Om maar eens iets te noemen: bij de slag om de Somme stierven op één dag zestigduizend Engelse soldaten. Dat maakt het proportionaliteitsbeginsel in één klap tot een absurditeit.
    En dan krijgen we de tweede wereldoorlog met zijn luchtbombardementen en uiteindelijk zijn atoombommen. Wat er met steden als Rotterdam en Dresden gebeurde was al ruim voldoende om de logica van alles hiervoor uit zijn voegen te drukken, maar Hiroshima en Nagasaki zetten er wel echt een vette punt achter.
    Atoombommen maken geen onderscheid en hebben ook geen menselijke proporties. Per definitie niet. Alles houdt daar op.
    En daaruit trok de Kerk haar conclusies. Johannes XXIII hield geen enkele rekening meer met de traditie van de rechtvaardige oorlog toen hij in 1963 zijn encycliek Pacem in Terris over de vrede in de wereld schreef. Hij schreef:
    “Dit tijdperk beroemt zich op haar atoomkracht. Daarom is het niet te verenigen met het verstand om oorlog nog als een geschikte manier te beschouwen om geschonden rechten te herstellen.”
    Twee jaar later gooide het Tweede Vaticaanse Concilie daar nog een schepje bovenop.
    “Elke oorlogshandeling die zonder onderscheid gericht is op de vernietiging van hele steden of uitgestrekte gebieden met hun inwoners is een misdaad tegen God.”
    En zo zijn we weer bij ons uitgangspunt terug. Want zo denkt de Kerk er nog steeds over. Op dit moment hebben we paus Leo XIV, een augustijn. Hij is dus lid van de kloosterorde die de regel heeft van de heilige augustinus, nota bene de grondlegger van de leer van de rechtvaardige oorlog. Maar ook Leo gelooft daar niet meer in. Op Palmzondag 2026 zei hij letterlijk:
    “Dit is onze God: Jezus, Koning van de Vrede, die oorlog verwerpt en die door niemand gebruikt kan worden om oorlog te rechtvaardigen. Hij luistert niet naar de gebeden van hen die oorlog voeren, maar wijst ze af en zegt: ‘Zelfs als jullie nog zoveel bidden, ik luister niet: jullie handen zitten onder het bloed.’”
    Met andere woorden: De rechtvaardige oorlog-traditie was al niet uitgevonden om oorlog te rechtvaardigen, maar juist om oorlog te begrenzen — en de vraag is of die begrenzing in het atoomtijdperk nog mogelijk is.
    Goed, Jullie weten wel dat ik een hekel heb aan het vermengen van godsdienst en politiek, en dat ik het eigenlijk alleen wil hebben over zaken waar we zelf ook invloed op hebben. Zaken van innerlijke aard, bovendien. Ik heb dan ook wel even geaarzeld of ik deze materie überhaupt bij de horens moest vatten. Maar ook jij en ik hebben in deze wel degelijk een eigen verantwoordelijkheid.
    Waar Augustinus tegen tekeer ging was niet het zwaard zelf, maar de geest erachter: de libido dominandi, de lust tot overheersing. En die wordt niet geboren uit abstracte naties en zelfs niet primair uit losgeslagen politici. Zowel onze vlag, onze nationale identiteit als onze heersers worden geboren uit onszelf. Het karakter van de wereldpolitiek wordt uiteindelijk bepaald, niet eens alleen door wie wij kiezen, maar vooral ook door wie wij bewonderen en wat wij dan precies in die mensen bewonderen. De eigenschappen waar wij in onze leiders tegenop kijken zijn een spiegel van wat er leeft in ons eigen hart.
    De Libido Dominandi, de overheersingslust van figuren als Donald Trump en Vladimir Putin is een gevolg van hoe zij denken de bewondering van anderen op te wekken.
    Wat zich in het groot manifesteert is vrijwel altijd een projectie van wat zich aan de grond, tussen kleine mensen, beweegt. Daarom moeten we ons afvragen: hoe zit het eigenlijk met mijn eigen Libido Dominandi, mijn overheersingslust? Hoe wil ik eigenlijk dat mensen tegen mij aankijken? En wat bewonder ik eigenlijk in anderen? Is dat eigenlijk wel het juiste? Want wat voor gedrag lok ik daarmee in die anderen uit? Is dat eigenlijk wel altijd dat wat ik zeg dat ik bewonder en wil? Of ben ik eigenlijk veel primitiever dan ik denk?
    Om daar de vinger achter te krijgen heb ik weer een geestelijke oefening klaargezet, een bedevaart naar je eigen innerlijk. Dat doe ik vanaf nu in een aparte video. Die vind je als het goed is al op een kaart die nu in beeld is, en ik zal hem ook in de beschrijving zetten. Graag zie ik jullie daar, en voor de rest: Ga en leef! En bewonder de vrede, in plaats van de oorlog. ook in je eigen leven.


    This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
  • Geruis Uit De Kluis

    God Renoveert

    12-04-2026 | 16 Min.
    Pater Hugo legt de wonderlijke sequentie van Beloken Pasen uit.
    Vanwege de feestelijkheden biedt pater Hugo deze preek gratis aan aan al zijn volgers. Vind je dit nou mooi, overweeg dan eens (als je dat nog niet gedaan hebt) hem hier te steunen met een bescheiden abonnementje van slechts zeven euro per maand. Met dat luttele bedragje doe je een wereld van goed en je hebt er nog plezier van ook:
    * Je maakt gehakt van de eenheidsworst in de Kerk door dit soort originele types te steunen. En dat is heel katholiek. Of je het nou altijd met hem eens bent of niet, de wereld heeft nood aan zoiets geks als progressieve tridentijnse priester-kluizenaars. Hem faciliteren betekent ook automatisch het mee overeind houden van een veilige plek in de Kerk. Hij trekt immers drommen jongeren aan aan wie hij een geborgen midden biedt tussen alle extremen die tegenwoordig zo in de mode zijn.
    * Elke maand de kans om (online) unieke live-sessies met hem mee te maken, waarin hij rare middeleeuwse teksten over de onmiddellijke ervaring van God ineens heel begrijpelijk maakt. Hij kiest daarbij niet alleen de brave, maar ook de ketterse. Zo blijft het altijd spannend. Hij heeft voor dat werk een degelijke opleiding aan de Katholieke Universiteit van Leuven gehad, maar toch wordt het zelden schools.
    * En je krijgt dit soort preken die je anders mist, met een inslag die nergens anders te krijgen is. Hij vertrekt altijd vanuit de directe innerlijke ervaring en zelfs als hij een zweverige bui heeft is hij vaak nog steeds tegelijk ook onderhoudend. En begrijpelijk, vreemd genoeg.



    This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
  • Geruis Uit De Kluis

    Wegkruipen in Christus' wonden

    11-04-2026 | 21 Min.
    Ik wil Jezus’ wonden niet alleen aanraken. Ik wil er doorheen kruipen. Me er instorten, erin rondspartelen, eruit drinken, me erin verstoppen en uiteindelijk erin verdwijnen. Ben ik nog goed bezig, of rijp voor een inrichting?
    Dat ga ik in deze video samen met jullie uitvogelen met mijn verstand. Aan het einde gaan we ook nog even proberen om met een geestelijke oefening een beetje over dat verstand heen te koekeloeren.
    (intro)
    Het is net Pasen geweest, en we worden overspoeld met video’s van jongeren die zich laten dopen. Hun ouders snappen daar meestal niks van. Het waren immers weer hún ouders die het christendom hebben laten vallen. Ze zijn dus opgevoed met het idee dat religie bekrompen en dom is. En vreselijk saai ook vooral.
    En de katholíeke religie is wel het meest bekrompen en het domste en het saaiste van allemaal. Zij is tegen de wetenschap, tegen vooruitgang, tegen genieten, tegen het avontuur, tegen creativiteit, tegen seks en tegen het lichaam in het algemeen. Toch?
    Maar als je zo’n doopvideo ziet zit je niet te kijken naar iemand die zich onderwerpt aan een burgerlijke formaliteit die je lid maakt van een conventionele club van simpele zielen. Wat je ziet en wat zich tegelijk aan je oog onttrekt is iemand die zich met Christus laat verzuipen in de oervloed van chaos en dood om daar nieuw en herboren weer uit te kruipen.
    En zo is het hele katholieke geloof zoals het bedoeld is. Lichamelijk. Plastisch. Blubberend en bloedend, zwetend en zwoegend, bottend en spruitend. Gevaarlijk. Totaal sereen, maar allesbehalve steriel. God wordt mens. In eerste instantie in Jezus Christus, maar in tweede instantie - door Hem - in jou.
    God maakt zich vies om jou schoon te wassen. En dat gebeurt niet door aan Hem te denken, een liedje over Hem te zingen, een boekje over Hem te lezen en een gebedje te plegen, maar door jouw wonden tegen de zijne aan te leggen, je met Hem te vermengen, zijn Vlees en Bloed te drinken en zijn Geest door je neusgaten je longen in te zuigen.
    Dat heeft Hij tijdens zijn korte leven hier op aarde ook heel duidelijk gemaakt. Geboren in een ranzige stal was Hij ook verder nooit bang ergens mee besmet of besmeerd te raken. Hij raakte mensen gretig aan, of ze nou frisgewassen waren of onder de zwerende bulten zaten. Hij genas mensen door ze zijn spuug in de oren, in de ogen of in de mond te smeren. Uiteindelijk liet Hij zich slachten en door de mensen opeten, en dat doet Hij tot op de dag van vandaag.
    Als je dit soort taal en de werkelijkheid die zich daarin verbergt schokkend en onsmakelijk vindt ben je niet de enige. Maar de waarheid is dat ik tot nu toe in dit filmpje nog voorzichtig ben geweest. Het oude, authentieke christendom van voor de reformatie en de jaren zestig is nou eenmaal niet voor iedereen.
    Enfin, vanaf hier gaat de rem er helemáál af. Dus als je katterig wordt van katholiek kun je beter naar een kattenfilmpje gaan kijken, of zo.
    We beginnen met Thomas. Niet de dertiende-eeuwse wijsneus, maar de apóstel Thomas. Dus een van de twaalf voornaamste leerlingen van Jezus. Als Jezus na zijn dood en verrijzenis voor het eerst aan die apostelen verschijnt, is Thomas er niet bij. En hij gelooft er geen snars van. Hij vertikt het. Hij is, na alles wat er is gebeurd, wel genoeg kapot. Hij heeft alles wat hij had eraan gegeven en zijn familie en vrienden achtergelaten om Jezus te volgen.
    Hij was er tot nu toe diep van overtuigd geweest dat die de Romeinen Israël uit zou timmeren en in Jeruzalem een nieuw koninkrijk zou vestigen. Hoe heeft Hij zo achterlijk kunnen zijn? Hij schaamt zich kapot. Hij kan zichzelf niet aankijken in de spiegel.
    En tegelijk mist hij die man ook nog eens verschrikkelijk, ook al was het duidelijk een bedrieger en een dwaallicht. Zoals iedere idioot had kunnen zien aankomen, trouwens. Maar wel een betoverend dwaallicht.
    Thomas vervloekt Hem, maar zou er tegelijk alles voor over hebben om Hem terug te krijgen. Om alles weer terug te krijgen zoals hij het drie weken geleden nog had. Zo dichtbij, maar verder weg dan de maan. Een tantaluskwelling. Iets waar je met heel je wezen naar snakt, maar waar je nét niet bij kunt en ook nooit zúlt kunnen.
    Hij zit er dan ook niet op te wachten om zijn rauwe emoties als toetje nog eens bloot te stellen aan de waanbeelden die nu duidelijk begonnen op te komen bij de andere leerlingen. Zijn hoop was al genoeg teleurgesteld. Of tot pulp vermalen, zou je beter kunnen zeggen. Letterlijk. Op het kruis.
    Aan de manier waarop hij die gevoelens formuleert zie je precies zijn scherpe mensenkennis. Hij wéét hoe overtuigend fantasiebeelden kunnen zijn, hoe écht ze kunnen overkomen. Hij heeft dat immers net zelf meegemaakt, jaren achter elkaar. En nu worden die illusies bij de andere apostelen ook nog eens gevoed door het hartstochtelijke verlangen dat diepe rouw met zich meebrengt. De rouw die hij zelf ook voelt. Daarom trekt hij de enige grens die geen drogbeeld kan passeren: ‘als ik niet in zijn handen het litteken van de spijkers zie en niet mijn vinger kan leggen op de plek van de spijkers en mijn hand mag leggen op zijn zijde, zal ik echt niet geloven!’
    En dan is daar inderdaad plotseling weer die Jezus. Hij verschijnt niet alleen, Hij ontplóft als het ware in het gezicht van Thomas. Hij zegt: kom hier met je vingers en raak mijn wonden aan. Kom hier met je hand en leg die in mijn doorstoken zijde. Ongelooflijk en onvoorstelbaar! Niet te bevatten. Maar wél te vátten, letterlijk. Thomas doet wat Jezus hem zegt. Hij raakt Hem aan en dringt dieper in Hem door dan ooit tevoren.
    Want is het eigenlijk niet gek dat Jezus die wonden überhaupt nog heeft? Zou het niet logischer zijn geweest als die met de dood uit Jezus’ lichaam waren weggetrokken en verdwenen? Als Jezus zelfs de dood kan doden, hadden dan ook niet zijn wonden moeten sterven?
    Lijden gaat voorbij, maar geleden hebben blijft, lijkt hier gezegd te worden. En in Jezus’ geval is dat lijden duidelijk een bron van genezing en overwinning geworden. Die wonden zijn daar niet alleen de eretekens van geworden, maar ook de bronnen waaruit Thomas zijn geloof en zijn zelfrespect terugkrijgt.
    ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, brengt zij geen vrucht voort,’ heeft diezelfde Jezus gezegd. En Hij heeft de daad bij het woord gevoegd. Hij heeft zichzelf opengebroken en op de aarde laten vallen om zich als voedsel te geven en bloei en leven te brengen.
    Hem niet aan te raken, Hem niet binnen te dringen en te eten en te drinken en te spreken en te leven zou Hem pas echt tekortdoen. Zijn lijden en sterven verspillen en zijn offer afwijzen.
    Daar hebben wij postmoderne mensen echt weer iets te leren. Iets wat wij wel ooit geweten hebben, maar waarvan wij vervreemd zijn. Ons vervreemd hébben. Namelijk: lichámelijk te zijn.
    De middeleeuwers hadden daar geen moeite mee. Die wilden ook wel graag naar de hemel, maar hadden geen moment de illusie daar al te zijn of die hier op aarde met menselijke handigheid te kunnen bouwen. Ze waren wel veel schoner en mooier en ontwikkelder dan ze vaak worden afgeschilderd, maar ze moesten die schoonheid en properheid voortdurend aan de materie ontworstelen.
    Daarom vertrouwden ze ook alleen heiligen die niet alleen geestelijk waren, maar net als zijzelf hun heiligheid hier op áarde hadden moeten bevechten op bloed en zweet en stront en tranen.
    Die die lichamelijkheid uiteindelijk wel vol vertrouwen hadden losgelaten in de handen van God, maar pas nadat ze die tot de laatste druppel snot en de laatste rimpel en de laatste reutelende zucht hadden uitgeknepen. Met achterlating van hun beenderen als bewijs daarvan. Die de middeleeuwers dan ook niet voor niks vol respect bewaarden in gouden schrijnen, gezalfd en met de geur van heiligheid omkranst.
    ‘Zalig zij die niet zien en toch geloven,’ zei Jezus, nadat Thomas Hem had aangeraakt en omhelsd. Dat klinkt als een verwijt en een ontkenning van de hele zin van dit verhaal. Ook klinkt het als onverstandige flauwekul. Flauwekul waar de meeste christenen met open ogen instinken, ook nog. Als een oproep om onkritisch te vertrouwen op mooie praatjes.
    Want dat is wat de Bijbel is, en zelfs het verhaal van Jezus: een pak mooie praatjes. Als ze niet in de aarde vallen en sterven brengen ze geen vrucht voort.
    Daarop te vertrouwen als ze verder in je eigen leven, je eigen lichamelijke leven afwezig blijven is niet alleen naïef, maar ook gewoon tragisch. Dan eindig je precies in de situatie van Thomas: als belachelijke leerling van een vermoorde sekteleider. En dan zonder het verlossende einde.
    In de hemelse zaligheid zullen wij ons koesteren in ons vertrouwen op God zonder dat wij ook maar iets verlangen te zien of te horen. Want die dingen doen er daar niet meer toe. Niet voor niets lees je niks als paradoxen als een van de grote mystici zijn directe ontmoeting met God beschrijft. Die gaat alle zintuigen te boven. Die hoeft je ook niet meer te overtuigen of je vertrouwen te winnen. Daarom smeren verhalen daarover alle zintuigen door elkaar.
    In de hemelse zaligheid ben jij niet alleen van God, maar is God ook van jou. Daar ben je zalig zonder voorbehoud en vol vertrouwen zonder te zien.
    Hier op aarde kan God niet anders dan ons tegemoet komen in ons dierlijke verlangen te zien, te horen, aan te raken, in te drinken, op te vreten, te voelen en te ruiken. Dat is waarom de Kerk er is, waarom de sacramenten er zijn, waarin God ons zichzelf te proeven en te voelen en te horen en te ruiken geeft. Dat is waarom Hij mens geworden is, Beeld van God. En af té beelden, uit te hakken, uit te pakken en voor te stellen. Eerst, om te oefenen, in hout en steen. Dan, bezielder al, in brood en zalf en water. Daarna uitgekneed en ingehakt in méns. In jóu.
    Daarom zegt Hij tegen Thomas: kom hier met die nieuwsgierige vingers van je. Steek ze in mijn handen, leg ze in mijn zij. Doe je ogen open, en je oren. Ik wil er mijn spuug in smeren. Mijn leven en mijn Woord, mijn vorm.
    Tegelijk is al dat verbeelden, dat smeren en verteren, niet het einddoel. Het is een middel, een tussenin, een etappe. Net zoals de Kerk ook geen einddoel is, maar een middel, een tussenin, een etappe. In de hemel is geen Kerk zoals wij die ons voorstellen. Die is daar nergens voor nodig. Daar ontmoeten wij God zonder onderscheid.
    Daarom zegt Christus tegen Maria Magdalena: houdt mij niet vast, want ik ben nog niet opgegaan naar mijn Vader en jouw Vader. Naar daar waar we zullen geloven zonder te zien. Zonder te voelen, te ruiken, te horen.
    Hij laat zich krijgen door onze stof en onze zintuigen. Hij duikt daarin. Maar niet om daar in bewaring te worden gehouden. Hij komt ons daar tegemoet om ons van de bodem ervan af te trekken en ons eruit op te tillen. Niet om het af te wijzen en te vervloeken, maar om het open te laten bloeien en te verheerlijken en nieuw te maken. Mee te nemen naar zijn Vader en jouw Vader.
    Maar nu nog niet.
    We gaan oefenen.
    Sluit je ogen. Geen haast. Dit is geen puzzel die je moet oplossen, maar ruimte die je je simpelweg even mag gunnen.
    Voel je eigen gewicht. De zwaarte van je lichaam op de stoel of op de grond. Dat je ergens op rust - dat er iets onder je is. Dat de bodem je draagt, en dat al deed voor je er wat van wist. Merk op dat je dat vergeet, bijna altijd. Dat je gedragen wordt zonder dat je erom vraagt. Dat het er gewoon is.
    Nu ga je naar je handen. Je hoeft er niks mee te doen, laat ze maar gewoon liggen. Voel de warmte die ze hebben, of juist niet. Misschien voel je je hartslag in je vingertoppen, als je geduld hebt om het op te merken. Raak met je duim het topje van je wijsvinger aan. Heel licht. Voel de huid op de huid. Dat je materie bent die zichzelf kan aanraken.
    Dit is waar het begint. Niet daarboven. Niet in een idee. Hier, in het feit dat je een lichaam hebt en dat dat lichaam er is, nu, en warm, en zwaar, en tastbaar.
    Stilte.
    Bewustzijn.
    Blijf waar je bent, in dat voelen van je handen, je gewicht, je warmte. Merk je dat jíj het bent die dit opmerkt? Dat er in jou iemand kijkt? Iemand die de warmte niet alleen voelt, maar weet dat hij voelt? Die het gewicht niet alleen draagt, maar er getuige van is?
    Alsof er in je lichaam een open ruimte is - een blik, een aandacht - die nergens vandaan komt en die je niet kunt pakken. Die er gewoon is, net zoals de grond onder je er gewoon is.
    Neem dat gewoon eens een tijdje waar. Niet met veel inspanning. Eerder zoals je kijkt naar iets wat je al een tijdje in het oog had, maar nu pas echt ziet. Dat je niet alleen bestaat, maar dat je ook wéét dat je bestaat. Dat je niet alleen raakt aan dingen, maar dat je ook getúige bent van die aanraking. Dat het zijn waaraan je net voelde een bewustzijn in zich draagt dat er niet door jou is ingelegd. Het was er al.
    Zoals het licht er al was voordat je je ogen opendeed.
    Zaligheid. Vrijheid.
    En nu het lichtste. Houd niets van dit alles vast. Niet het gewicht, niet de warmte, niet de aandacht, niet het weten. Laat het zijn wat het is - maar losjes.
    Zoals je een pasgeboren kind vasthoudt: stevig genoeg om het niet te laten vallen, maar zonder het te claimen. Het is niet van jou. Het is je toevertrouwd.
    Merk op — en je hoeft er geen naam aan te geven — dat het loslaten geen verlies is. Dat er onder het vasthouden en het weten nog iets of iemand anders is, iets dat je niet kunt beschrijven, maar dat aanvoelt als ruimte. Ruimte die van harte voor je openstaat.
    Ruimte die al gelukkig is voor je er zelf aan toekomt. Je hoeft haar niet te verdienen en al helemaal niet te bevechten. Ze hangt niet af van wat je voelt, maar ze draagt je voelen en koestert het en maakt het nieuw.
    Je hoeft die ruimte niet te bereiken. Je bent daar al.
    Het enige wat je kunt doen is ophouden haar tegen te houden.



    This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
  • Geruis Uit De Kluis

    Pasen is het belangrijkste feest van het jaar

    05-04-2026 | 3 Min.
    This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe
  • Geruis Uit De Kluis

    Moet dat nou?

    03-04-2026 | 2 Min.
    This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit www.paterhugo.nl/subscribe

Meer Christendom podcasts

Over Geruis Uit De Kluis

Pater Hugo is kluizenaar en priester van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Op https://www.paterhugo.nl schrijft, vlogt en podcast hij over de theologie van de ervaring van het heilige (mystieke theologie). www.paterhugo.nl
Podcast website

Luister naar Geruis Uit De Kluis, Bijbel in een jaar en vele andere podcasts van over de hele wereld met de radio.net-app

Ontvang de gratis radio.net app

  • Zenders en podcasts om te bookmarken
  • Streamen via Wi-Fi of Bluetooth
  • Ondersteunt Carplay & Android Auto
  • Veel andere app-functies

Geruis Uit De Kluis: Podcasts in familie