“Ik was verantwoordelijk voor mijn lichaam en ook voor mijn ras, voor mijn voorouders. Ik bekeek mezelf met een objectieve blik, ontdekte mijn zwartheid, mijn etnische kenmerken - en mijn oren begonnen te tuiten: kannibalisme, geestelijke achterstand, fetisjisme, raciale gebreken, slavenschepen en vooral, vooral: de goedmoedige grijns van Y a bon banania.”
Op deze manier drukte de filosoof Frantz Fanon uit, hoe door de blik van een wit persoon, het volle gewicht van racisme op hem neerdaalt.
Waarom is volgens Fanon het geweld van de kolonisator niet hetzelfde als het geweld van de gekoloniseerde?
Welke rol speelde zijn psychiatrische praktijk in zijn filosofie?
En hoe zijn de politieke strijd en de existentiële strijd verbonden?
Te gast is Sam de Vlieger
De denker die centraal staat: Fanon