Fluent Fiction - Dutch: Love in Rotterdam: A Winter Café Confession
Find the full episode transcript, vocabulary words, and more:
fluentfiction.com/nl/episode/2026-02-03-08-38-20-nl
Story Transcript:
Nl: Op een koude februaridag in Rotterdam wandelde Maarten naar het café om de hoek.
En: On a cold February day in Rotterdam, Maarten walked to the café around the corner.
Nl: Het was bijna Valentijnsdag, en de straten waren bedekt met een zachte laag sneeuw.
En: It was almost Valentine's Day, and the streets were covered with a soft layer of snow.
Nl: Het café, een bekende plek voor hem en zijn vrienden, straalde warmte uit met zijn houten interieur en zachte verlichting.
En: The café, a familiar place for him and his friends, exuded warmth with its wooden interior and soft lighting.
Nl: De geur van versgemalen koffie vulde de lucht.
En: The smell of freshly ground coffee filled the air.
Nl: Maarten voelde zich niet best.
En: Maarten didn't feel well.
Nl: Zijn hoofd deed pijn, zijn keel was schor en zijn lichaam voelde zwaar.
En: His head ached, his throat was hoarse, and his body felt heavy.
Nl: Toch was vandaag de dag waarop hij Elsa, zijn goede vriendin, zijn ware gevoelens wilde vertellen.
En: Still, today was the day he wanted to tell Elsa, his good friend, his true feelings.
Nl: Ze zaten vaak samen in dit café met hun goede vriend Jeroen.
En: They often sat together in this café with their good friend Jeroen.
Nl: Maar dit keer wilde hij alleen met Elsa zijn.
En: But this time he wanted to be alone with Elsa.
Nl: Bij binnenkomst zag Maarten Elsa al zitten bij hun vaste tafel.
En: Upon entering, Maarten saw Elsa already seated at their usual table.
Nl: Ze lachte toen ze hem zag en zwaaide vrolijk.
En: She laughed when she saw him and waved cheerfully.
Nl: Hij probeerde terug te lachen, maar het kostte moeite.
En: He tried to smile back, but it took effort.
Nl: Ze hadden afgesproken onder het voorwendsel van een gewone koffiedate, maar voor Maarten betekende het meer.
En: They had arranged to meet under the pretense of an ordinary coffee date, but for Maarten, it meant more.
Nl: "Hoe gaat het?"
En: "How are you?"
Nl: vroeg Elsa, terwijl ze een warme kop chocolademelk voor hem neerzette.
En: asked Elsa, as she set a warm cup of hot chocolate in front of him.
Nl: Maarten glimlachte zwakjes.
En: Maarten smiled weakly.
Nl: "Beetje moe, denk ik," zei hij.
En: "A bit tired, I think," he said.
Nl: Zijn neus begon te jeuken, en hij voelde een nies opkomen.
En: His nose began to itch, and he felt a sneeze coming on.
Nl: Hij wilde niet dat zij al te bezorgd zou worden.
En: He didn't want her to become too worried.
Nl: "Maar alles is oké."
En: "But everything is okay."
Nl: Ze praatten over alledaagse dingen, de sneeuw, en wat ze dit weekend zouden doen.
En: They talked about everyday things, the snow, and what they would do this weekend.
Nl: Maarten knikte en glimlachte zo goed als hij kon, maar zijn gedachten waren bij wat hij wilde zeggen.
En: Maarten nodded and smiled as best he could, but his thoughts were on what he wanted to say.
Nl: Hij wist dat hij het nu moest doen.
En: He knew he had to do it now.
Nl: "Elsa," begon hij zachtjes, zijn stem trillend.
En: "Elsa," he began softly, his voice trembling.
Nl: Ze keek hem aan, nieuwsgierigheid in haar ogen.
En: She looked at him, curiosity in her eyes.
Nl: Maar net op dat moment draaide alles om hem heen.
En: But just at that moment, everything around him started to spin.
Nl: Zijn blik werd wazig.
En: His vision blurred.
Nl: Hij voelde de kracht uit zijn lichaam wegvloeien en stortte bijna in elkaar.
En: He felt the strength drain from his body and almost collapsed.
Nl: Elsa stond meteen op, legde haar hand op zijn arm en hielp hem overeind.
En: Elsa immediately stood up, placed her hand on his arm, and helped him up.
Nl: "Maarten!"
En: "Maarten!"
Nl: riep ze.
En: she exclaimed.
Nl: "Je ziet er niet goed uit.
En: "You don't look well.
Nl: Hoe lang voel je je al zo?"
En: How long have you been feeling like this?"
Nl: In dat moment, terwijl hij leunde op Elsa, ontsnapte het hem.
En: In that moment, as he leaned on Elsa, it slipped out of him.
Nl: "Elsa, ik ben verliefd op je," fluisterde hij voordat hij zich realiseerde wat hij had gezegd.
En: "Elsa, I'm in love with you," he whispered before he realized what he had said.
Nl: Tranen welden op in zijn ogen, niet zeker of het door de koorts of de emoties kwam.
En: Tears welled up in his eyes, unsure if it was from the fever or the emotions.
Nl: Elsa keek hem aan, haar blik verzachtend.
En: Elsa looked at him, her gaze softening.
Nl: "Oh, Maarten," zei ze en trok hem dicht tegen zich aan.
En: "Oh, Maarten," she said, pulling him close.
Nl: "Ik ben ook verliefd op jou."
En: "I'm in love with you too."
Nl: Terwijl ze hem hielp naar een rustigere plek in het café, voelde Maarten een warme golf van opluchting.
En: As she helped him to a quieter spot in the café, Maarten felt a warm wave of relief.
Nl: Ondanks zijn kwakkelende gezondheid, voelde hij zich lichter dan ooit.
En: Despite his ailing health, he felt lighter than ever.
Nl: Terwijl Elsa voor hem zorgde, besefte hij dat hij zich nooit meer zou verbergen achter een masker van angst.
En: While Elsa took care of him, he realized he would never again hide behind a mask of fear.
Nl: Maarten had ontdekt dat kwetsbaarheid niet altijd een zwakte was, maar een kracht.
En: Maarten had discovered that vulnerability was not always a weakness, but a strength.
Nl: En dat de waarheid spreken een liefdevolle band alleen maar sterker kon maken.
En: And that speaking the truth could only strengthen a loving bond.
Nl: Terwijl hij daar zat in dat knusse café, omringd door de geur van koffie en liefde, voelde hij zich eindelijk thuis.
En: As he sat there in that cozy café, surrounded by the scent of coffee and love, he finally felt at home.
Vocabulary Words:
exuded: straalde uit
hoarse: schor
pretense: voorwendsel
ache: pijn doen
gaze: blik
blurred: wazig
trembling: trillend
vulnerability: kwetsbaarheid
whispered: fluisterde
ailing: kwakkelende
weakness: zwakte
strength: kracht
true feelings: ware gevoelens
relief: opluchting
arranged: afgesproken
pretend: doen alsof
seated: zitten
leaned: leunde
nodded: knikte
drain: wegvloeien
collapsed: stortte in elkaar
softening: verzachtend
quieter: rustigere
cover: bedekken
familiar: bekend
effort: moeite
cozy: knusse
ground coffee: versgemalen koffie
scattered: verstrooid
itch: jeuken