Livingstone
Liever was David Livingstone (1813-1873) naar China gegaan, maar de Heere verhinderde hem. Zoals dit zo vaak gebeurt, waar de Heere roept en leert volgen. Zijn weg leidde naar Afrika. Aangeraakt door een beweging van geestelijke herleving in Schotland, werd hij samen met hen die na hem volgden tot rijke zegen voor dit deel van Afrika. In 2013 refereerde de Anglicaanse bisschop van Zuid-Malawi aan Livingstone als was hij een voorvader: ‘In de Afrikaanse traditie (…) is iemands erfgoed niet alleen verbonden met de bloedlijn, maar ook met invloedrijke personen binnen de etnische groep of zij die er op een aanzienlijke manier mee geassocieerd worden (…) Ik kan het verhaal van mijn geloof niet vertellen zonder referentie aan David Livingstone’. Het volk van Malawi, dat zich voor zo’n 80% als christen ziet, weet zich schatplichtig aan de zendingspionier die hen het kruis-evangelie verkondigde.
Kerkgeschiedenis
Het kleine plantje dat Livingstone achterliet, werd tot een wijdvertakte boom. In de indrukwekkende studie ‘A Malawi Church History 1860-2020’ (Mzuni Press, 2025) geven Kenneth R. Ross en Klaus Fiedler inzicht in de kerkelijke ontwikkelingen van de afgelopen anderhalve eeuw.
In de voetsporen van Livingstone vormden Schotse zendelingen een belangrijke stuwende kracht tijdens de eerste jaren. Je zou de periode 1860-1910 als grondleggend kunnen zien, vanwege de diverse missies die vorm kregen in het land. Niet onbelangrijk waren daarbij de initiatieven van diverse predikanten met de achternaam Murray, die vanuit Zuid-Afrika actief waren onder de vlag van de Dutch Reformed Church. Joseph Booth kwam als baptist naar Malawi in 1892, met een diep verlangen om onbereikten te bereiken met het evangelie. Hij verloor zijn vrouw aan de dood drie weken voor zijn vertrek, maar dit weerhield hem niet. Ook de Rooms-Katholieke Kerk wist de weg naar Malawi te vinden. Naderhand gevolgd door onder andere de zevende-dag-adventisten. Stromingen die tot op de dag van vandaag zeggingskracht hebben in Malawi.
Van 1910 tot 1960 veranderden de zendingsposten al meer tot gesetteld kerkelijk leven, met opleidingsmogelijkheden voor voorgangers. Zoals Stephen Kunecha, die in 1893 werd gedoopt en na twee jaar theologiestudie in 1911 werd geordineerd als presbyteriaans predikant. Diep geëmotioneerd bevestigde W.H. Murray in 1925 Andreya Namkumba tot predikant. Langzamerhand kreeg het leiderschap een Afrikaans gezicht. Dit was in lijn met David Livingstones’ verlangen. Het was zijn overtuiging dat in Afrika het best geëvangeliseerd kon worden door Afrikanen.
Met toenemend nationalisme in eigen land werd het juk van de kolonisator al meer gevoeld door Malawianen. Dit leidde tot een onafhankelijk Malawi op 6 juli 1964. Dit versnelde de Afrikanisering van het leiderschap binnen de kerken in de decennia die volgden. Men verlangde ‘three selfs’ ten aanzien van het kerkelijk leven. ‘Self-governing’ (zelf leidinggeven), ‘self-supporting’ (zelf voorzien), ‘self-financing (zelf financieren). Dit vormden grote uitdagingen vanwege de armoede in het land. Gedurende de decennia 1960/1970 zetten veel kerken dit proces in gang. Bisschop Patrick Kalilombe gaf daar in 1973 woorden aan in een pastorale brief: ‘Om dit te bereiken, moet er alles aan gedaan worden om christenen tot het besef te brengen dat de kerk van hen is; zij zijn de kerk. Het gevoel dat de priesters of de zendelingen de kerk bezitten moet stoppen. Een nieuw besef van verantwoordelijkheid moet groeien waarbij iedereen beseft dat het leven en werk van de kerk afhangt van hem of haar.’ Laat helder zijn, men doelde daarbij uiteraard niet op de uitwerking van het Evangelie, daar staat de Heilige Geest immers voor in. Wel doelde men op de verantwoordelijkheid die Malawianen dienden te nemen voor de praktische kant van het kerkelijk leven. Vandaag hebben de kerken een krachtige eigen plaats in de samenleving van Malawi, in al haar diversiteit van belijden en beleven. Een kerk van Afrikanen voor Afrikanen, zoals dit Livingstone reeds voor ogen stond.
Veranderde taak
Soms bekruipt mij het gevoel dat het denken over zending binnen de kerkelijke gemeenten in Nederland te sterk bepaald wordt door negentiende-eeuwse gedachtenvorming. Wellicht versterkt door het lezen van zendingsbiografieën die diepe indruk maken. Ik herken dit overigens van binnenuit. De tijd ging echter verder. De taak van westerse voorgangers in een land als Malawi is een andere dan die van missionarissen in de negentiende eeuw en onvergelijkbaar met zending in onbereikte gebieden.
Evangelieverkondiging en toerusting in Afrika dient met hetzelfde respect gepaard te gaan als dat wij verwachten wanneer zij tot ons komen. Dit begint met de erkenning dat God een weg met een volk gegaan is, door de kerkgeschiedenis heen. We komen niet op onontgonnen terrein, integendeel. Kunnen we nog iets betekenen in een land als Malawi? Wis en zeker, er is ruimte om desgevraagd (!) te dienen. Wij dragen een schat aan theologische doordenking, die van grote waarde kan zijn voor Afrika. Mede gezien de geestelijke dwaalleraren die hun charismatische invloeden laten gelden in onze dagen, kan de schat van de eeuwen een bron vormen om samen uit te putten. Tevens mogen wij delen van de welvaart die de Heere ons gaf, met hen die op dit punt minder bedeeld zijn dan wij. Het gaat daarbij om dienst van broeders aan broeders. Schouder aan schouder, Christus’ voetstappen drukkend.