
Christopher Wright: Israël en de volken als tempel
15-1-2026 | 2 Min.
Christopher Wright schrijft in Zijn studie ‘The Mission of God’ het volgende: ‘Alles wat het Oude Testament had voorzien ten aanzien van Gods plan voor de toekomst van de volken in de eschatologische eeuw van verlossing moet vervuld worden.’ Vervallen hutAmos blikt in hoofdstuk 9 van zijn profetie vooruit naar het herstel van ‘Davids vervallen tent’. Waarschijnlijk werd hier volgens Wright de eschatologische tempel mee bedoeld, namelijk het messiaanse volk van God. Hierbij gaan Jood en heiden samen op. Wright stelt dat de vroeg-christelijke gemeenschap zichzelf zag als de eschatologische tempel die Jezus beloofde te bouwen. In plaats van naar de eerdere fysieke tempel zouden de heidenen zich vervoegen bij deze nieuwe messiaanse tempel, zonder dat ze eerst proseliet hoefden te worden. Ook Ef. 2: 11-22 en 1 Petr. 2: 4-10 laten dergelijke motieven zien. De tempel was een cruciale plek, dat de heidenen daar toegang toe zouden krijgen was bijzonder. Tal van profetieën doelden hierop in het Oude Testament. Nieuwe tempelHet doel van het uitgaan richting de volken met de Evangelieboodschap, is dat zij worden verzameld tot het koninkrijk van God, als vervulling van het visioen zoals de Schrift dat toont. Zij worden verzameld om door de Heilige Geest de nieuwe tempel te vormen, in vereniging met Christus. Ook gebruikt Paulus het beeld van de olijfboom die symbool staat voor Israël, waar de heidenen worden ingeënt. Van veraf zijn de heidenen nu volgens Paulus dichtbij gekomen. Jood en heiden worden met Christus verenigd.

Ds. J. Overduin: Hiernumaals en hiernamaals
14-1-2026 | 5 Min.
HoopHij geeft nadrukkelijk oog voor het belang van de christelijke hoop, die verder reikt dan de tijd. ‘Zoals er planten zijn die pas bloeien in armoede en gebrek, zo komt de christelijke hoop pas tot volle bloei in de meest behoeftige omstandigheden. Hier geldt ook het zalig zijn de armen van geest, de hongerigen en dorstigen, de lijders en de dulders, want hunner is het koninkrijk, waarin een onsterfelijke hoop altijd uitzicht geeft op God.’ Overduin stelt dat wij de wonderlijke vrucht van de opstanding van Jezus Christus te weinig geplukt hebben; in alle geval er te weinig van gegeten hebben. Zijn overtuiging is dat we in de prediking honderdmaal over geloof preken, tienmaal over de liefde en naar verhouding eenmaal over de hoop. Juist in onze armoede kan Christus zijn schatten aan ons kwijt. Als wij verzadigd zijn van dit leven is er nauwelijks ruimte voor de christelijke hoop. Volgens Overduin heeft het onkruid van veel wereldse verwachtingen de christelijke hoop verstikt. Met reden zegt Jezus daarom dat het bezwaarlijk is dat zij die het goedhebben ingaan in het Koninkrijk van God. De focus ligt op het hiernumaals, in plaats van op het hiernamaals. KlagenAllerwege wordt er geklaagd over de gevolgen van de zonden, waar wij samen getuige van zijn. Overduin geeft daar een kritische kanttekening bij. Hij wijst erop dat de mensen van Jezus dagen diep onder de indruk waren als Hij de gevolgen van de zonde wegnam, namelijk ziekte en gebrokenheid door Zijn wondertekenen. Men volgde Jezus vanwege de spijze die vergaat. Overduin: ‘Daarom liep het volk Jezus in Zijn diepste ontferming en Zijn hoogste betekenis voorbij. Zij hebben Jezus gekruisigd, eigenlijk niet omdat zij teveel, maar omdat zij te weinig van Hem verwacht hebben.’ Kan het zijn dat ons klagen over de gevolgen van de zonden ten diepste aanklagen van God betreft? Zijn we daar druk mee? Angst voor ziekte, armoede en verlies. Dan willen we God wel als wonderdokter, maar dat leidt tot teleurstelling. Het is van levensbelang dat we met onze persoonlijke schuld in het reine komen, door ermee te vluchten tot het kruis van Christus. Gods toorn over de zonde raakt ons persoonlijk. Waar dit besef doorbreekt is alle klagen in algemeenheden voorbij. Daar leren we de toevlucht nemen tot Christus. Wees mij zondaar genadig. Zijn bloed wast en reinigt van alle zonden. Daar breekt het scheerlicht door van wat komt, namelijk een eeuwig leven verlost van zonde en verleiding. Tegelijkertijd valt dit scheerlicht over een levenspad dat gewandeld dient te worden in de voetstappen van de Meester. Door schaduwen omgeven, maar waarvoor geldt dat het eindpunt met zekerheid bereikt wordt. Verder dan de tijdDe christelijke hoop reikt verder dan de tijd. Overduin stelt: ‘De christelijke hoop is niet zo’n onzekere wissel op de toekomst, omdat zij niet gevoed wordt door een menselijk ideaal, maar door de belofte van een goddelijke, verlossende werkelijkheid.’ Deze hoop voor de toekomst wordt gevoed door Jezus Christus. ‘Zolang er een God is, is de hoop van Zijn volk er. En Hij is er altijd, eeuwig, daarom kan en mag de christelijke hoop niet sterven.’ Tegelijkertijd mag de christelijke hoop op geen enkele manier een vlucht worden in het eschaton. Om maar verheven te zijn boven alle leed en vragen die ons in het hiernumaals overweldigen kunnen. Waar de verwachting van het toekomende levend is, leren we onze taak in het hiernumaals des te beter verstaan.

Komen tot Christus (preek)
12-1-2026 | 45 Min.
Preek over Joh. 1: 12-13.

Podcastvakantie tot na de jaarwisseling
22-12-2025 | 1 Min.

Ralph Erskine: De belofte komt tot allen
18-12-2025 | 3 Min.
‘Het waren degenen tot wie Petrus eerder had gezegd: ‘Deze (…) hebt gij genomen en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood’ (Hand. 2:23). Vijanden, rebellen, dwazen en spotters krijgen de belofte aangeboden als grond om te geloven: Hoelang zullen ‘de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing’. En dat op grond van een heerlijke belofte die hen wordt aangeboden in het vervolg van de tekst: ‘Ziet; Ik zal Mijn Geest u overvloedig uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken’ (Spr. 1:22, 23). De belofte komt echter niet alleen tot verootmoedigde en boetvaardige zondaren, die hun nood zien en overtuigd zijn van hun zonde en ellende. Zij komt ook tot hen die zich niet verootmoedigen en niet boetvaardig zijn. Het is waar, niemand, tenzij hij overtuigd is van zijn nood daartoe, zal zijn toevlucht nemen tot de belofte en Christus daarin vervat. En hoewel de belofte wordt aangeboden om ‘een blijde boodschap te brengen de zachtmoedigen (…) om te verbinden de gebrokenen van hart’ (Jes. 61:1), is het tegelijk ook waar dat degenen die verootmoedigd zijn, vaak ook degenen zijn die klagen: ‘Helaas, ik ben niet vernederd of overtuigd.’ Daarom kan ik u zeggen dat de belofte niet alleen voorgesteld en gegeven wordt aan hen die zich vernederen en door de wet verootmoedigd zijn, maar ook aan de meest onvernederde, de meest onboetvaardige, de minst overtuigde en de meest verharde zondaar die dit Evangelie hoort. En zelfs aan degene die niets van zijn gebrek ziet, maar denkt dat hij het wel zonder Christus stellen kan.’ Voor de hele preek zie www.tabernakel.nl



Vorming voor elke dag