PodcastsOnderwijsVorming voor elke dag

Vorming voor elke dag

Ds. A.S. Middelkoop
Vorming voor elke dag
Nieuwste aflevering

730 afleveringen

  • Vorming voor elke dag

    Dr. C.A. Tukker: Hoop op de Heere

    27-02-2026 | 5 Min.
    ‘U kent waarschijnlijk het verband waarin het Boek Klaagliederen staat tot Israëls geschiedenis. De Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, heeft vóór de woorden van hoofdstuk 1: 1 de volgende inleiding: Nadat Israël in gevangenschap gevoerd en Jeruzalem verwoest was, zette Jeremia zich wenend neer, klaagde over Jeruzalem en sprak'. En dan volgen de eerste woorden van het Bijbelboek: Hoe zit de stad zo eenzaam, die vol volks was'.

     

    Jeremia is dus in hoge mate betrokken bij de profetie die hij in de Naam des Heeren brengt. Een oudtestamenticus schreef ergens, dat Jeremia en Ezechiël het meest van al de profeten hebben geleden aan de boodschap die zij moesten brengen.

    Jeremia weent over Jeruzalem, de stad waarover straks de Koning Die komt in de Naam des Heeren, zal wenen. Die betrokkenheid bij het oordeel is nu ook de achtergrond vanKlaagliederen 3: 'Ik ben de man, die ellende gezien heeft door (of: onder) de roede van Zijn verbolgenheid'. En hoewel de profeet in vers 33 zegt, dat God de mensenkinderen niet van harte plaagt of bedroeft, somt hij toch maar in de eerste zestien verzen van hoofdstuk 3 op, hoe God Zich tegen Zijn volk keert. In maar liefst vierentwintig spreuken omschrijft hij de slagen, die God op Israëls rug doet neerkomen, om dan te eindigen met de rechtstreekse aanspraak: 'Gij hebt mijn ziel ver van de vrede verstoten, ik heb het goede vergeten' (vs. 17). Wie is eigenlijk die 'ik'? Bedoelt Jeremia dat God alle slagen op hem persoonlijk deed neerkomen? Nee, hier zijn de persoon van de profeet en het volk waar zijn boodschap, ook zijn tranen, voor bestemd zijn, tot eenheid versmolten. Jeremia is in de last die hij draagt en in het volk welks verdriet hij vertegenwoordigt en tot in zijn gebeente voelt, voorloper van Hem Die de straf droeg, welke ons de vrede aanbrengt.

     

    Na die zeventien verzen, die ene grote klacht vormen, komt dan ineens de omkering: 'Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen'. En dat zegt dan de man die drie verzen eerder zei: 'Mijn hoop is vergaan (weg) van de Heere'. Vanwaar die plotselinge omkeer? Er zijn twee redenen voor. Allereerst ontdekt Jeremia, dat hij en zijn volk er nog zijn, dankzij Gods goedertierenheden en barmhartigheden en Zijn grote trouw (vers 22). Met het oog op dit wonder zegt hij: 'Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen' (vers 21). Gods volk is zelfs te midden van de oordelen niet uitgeroeid, maar blijft bestaan als teken van Gods trouw. Dat is het wonder van wie door al hun deugden heenzakken als een lekke mand. Zij kunnen voor God niet bestaan en Hij tuchtigt hen. Maar in het midden van Zijn toorn gedenkt Hij aan het ontfermen. Er is een grens. Ik ben er nog. Zijn trouw is groot.

     

    De tweede reden waarom de profeet vóór het volk uit hoopt op God, van Wie de hoop vergaan was, is dat de Heere zijn Deel is. Het Hebreeuwse woord, door 'deel' vertaald, ziet op het erfbezjt. Israël en Juda zijn hun steden, huizen en vooral hun land kwijt. Dat land was immers onderpand van Gods belofte, het erfbezit binnen het verbond met God. Wég is dit alles! Zal God dan Zijn volk in leven behouden, maar Zijn verbond stop zetten? Waar zijn de tekenen, door Zijn gunst gegeven? Hoor! De Heere is mijn Deel. Hij komt in de plaats van wat ik kwijtraakte. Hij vervult Zelf door het oordeel heen de lege plek, die Zijn slagen achterlieten. Daarom zal ik op Hem hopen. Jeremia klaagt... Jeremia zingt! Er gaat een poort open. Hoop en toekomst door het oordeel heen. Na zeventig jaar keren ze weer als in een blijde droom. Het land van de belofte gaat open. En daarachter de belofte van het Vaderhuis en het nieuwe Jeruzalem.

     

    Zo is de Heere. Wie op Hem hopen, zullen niet beschaamd worden. Zij zullen beschaamd worden, die trouweloos handelen zonder oorzaak.’
  • Vorming voor elke dag

    Jezus, Zielevriend in nood

    26-02-2026 | 2 Min.
    Jezus, Zielevriend in nood,

    Leen mij schuilplaats in Uw schoot,

    Als op ’s levens oceaan

    Dreigend hoog de golven gaan.

    Geef dan aan mijn ziele rust

    In het bange noodgetij,

    Tot Uw hand, behouden mij

    Landen doet aan ’s hemels kust.

    Buiten U, waar zou ik gaan?

    Hulploos hangt mijn ziel U aan;

    Laat mij naar mijn smeekgebeên,

    Machtig Helper, niet alleen;

    Als de laatste lichtstar dooft,

    ’k Neerzink zonder tegenweer,

    Dek dan met Uw vleug’len, Heer,

    Gij mijn arm en weerloos hoofd.

    Meer dan alles, Heer', is mij

    Uw genade en medelij,

    Die hier in hun angst en nood

    Reddelozen redding bood;

    Redloos ben ’k door eigen schuld,

    Maar Gij, zonder vlek of smet,

    Hebt Gij ’s Vaders heil’ge wet,

    Och, zij ’t ook voor mij vervuld.
  • Vorming voor elke dag

    Identiteit van een christen ligt in Christus

    25-02-2026 | 4 Min.
    Door haar eigen schuld is de bruid de Bruidegom kwijt, althans in haar ervaringsleven. Ze heeft Hem afgewezen in Zijn liefde, terwijl Hij bij haar voor de deur stond en klopte om binnengelaten te worden. Toen ze na verloop van de tijd alsnog de deur voor Hem opendeed, was Hij verdwenen. Nu zoekt ze Hem, in de nacht. De bruid van Hooglied 5 beseft heel goed dat ze het er zelf naar heeft gemaakt, maar dit houdt haar niet stil in een hoekje. Integendeel, ze gaat de straat op en zoekt Hem. Maar zij vindt Hem niet. 

     

    In de nacht ontmoet ze de dochters van Jeruzalem. Tegen hen vertelt ze over de Bruidegom. De vraag van de jonge vrouwen in de nacht heeft als functie om de bruid te brengen tot het besef hoe zij zich nu tot haar Bruidegom verhoudt. Zij bezingt Hem in Zijn schoonheid. Het is alsof dit lied de weg plaveit naar terugkeer tot Hem. In de taal die ze gebruikt ontdekt ze dat ze wel ver van Hem is, maar Hij niet ver van haar. Als gevolg daarvan ziet ze Hem weer zoals ze Hem eens zag. Wat verstorven was, komt nóg meer tot leven. Waar ze naar verlangde, wordt weer ervaring. Als gevolg van haar getuigenis over de Bruidegom, weet ze nu precies waar Hij is. Namelijk in Zijn tuin. Hij Die ver was, blijkt nabij. 

     

    In Hooglied 6 gaat het dan heel snel. Met dat ze beseft waar Hij is en wat Hij daar doet, treft ze zichzelf als het ware direct aan in Zijn armen. Dat is waar het in Hooglied 6: 3 over gaat. ‘Ik ben mijn Liefsten, en mijn Liefste is mijn, Die onder de leliën weidt’. Dit is taal van liefdesomgang, ze weet zich veilig en geborgen bij Hem. 

     

    Opvallend is dat ze in Hooglied 2:16, in vergelijkbare omstandigheden, een andere volgorde van woorden koos. ‘Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, Die weidt onder de leliën’. De levensles die ze in hoofdstuk 6 dieper begreep dan in hoofdstuk 2, is dat het werkelijk alleen de trouw van de Bruidegom is, die de grond onder hun liefdesomgang geeft. Was het eerst ‘ik en Christus’, later wellicht ‘Christus en ik’; nu is het ‘Christus alleen’. Het is eeuwige liefde, die Hém bewoog. Waar liefde tot Christus niet gevonden wordt, spreekt Paulus van vervloeking (1 Kor. 16: 22).

     

    Het geloof spreekt niet in abstracties over Christus, niet over een geliefde die enkel op een afbeelding zichtbaar is. Nee, het spreekt van ‘mijn Liefste’. Dat duidt op omgangstaal. Zoals Paulus naderhand duidelijk maakt: met Christus geborgen in God. 

    De werkelijke identiteit van een christen ligt niet in onze maatschappelijke positie, evenmin in een bepaalde levensvisie. Het hart van het christelijk geloof klopt voor Christus. Dat is wat de Heilige Geest werkt in het hart; in Christus kennen we tevens de Vader.
  • Vorming voor elke dag

    Prof. W. Kremer: ‘In veel gevallen zal daarom de preek dwars op de tijd staan’

    24-02-2026 | 3 Min.
    ‘Men stelt het vandaag nogal eens zó voor dat de preek antwoord moet geven op de vragen van de mens van nu. Daarbij heeft het dan de schijn dat de mens van vandaag een grootheid is, die op zijn wenken bediend moet worden en als dat niet gebeurt dan het recht heeft ontevreden te zijn. De zaken liggen echter nog wel wat anders. God stelt in Zijn openbaring zaken aan de orde, die de mens uit zichzelf niet op de agenda van zijn leven zet, ja waarvan hij eigenlijk niets moet hebben. Net als de openbaring zelf breekt de preek van boven af in het leven van de zondaar in - en die zit ook in de kerk - om daar ruimte te maken voor Gods werk en ons te leren de dingen niet bij eigen licht - dat duisternis is - te zien en te beoordelen.

    Men zou dit het ontdekkend element in de prediking kunnen noemen. Het gaat er dan niet om hoe men het graag heeft, maar wat men nodig heeft te weten. Dit kritische element van de prediking is nodig ten aanzien van de enkele mens in de gemeente in zijn verhouding tot God, maar ook in bredere zin wat de in een bepaalde tijd en op een bepaalde wijze aan de orde zijn van de diepste levensvragen betreft. De preek dient dan te doen zien om welke vragen het eigenlijk ten laatste gaat, op welke wijze deze gesteld dienen te worden, en waar en op welke wijze hun oplossing gevonden wordt.

    Het moet wel duidelijk zijn dat men hier met het slaken van kreten en het doen van algemene beweringen niet klaar komt. De zaken zelf dienen doorlicht te worden op zijn tijd en op een wijze, die de gemeente verstaat en waardoor zij werkelijk inzicht bekomt ook in de tijd, waarin zij leeft. Zo zal ook de tijd de prediking prikkelen om uit de schat van het Woord oude en nieuwe dingen te voorschijn te brengen. Zo zal de gemeente geworteld, gebouwd, maar ook toegerust kunnen worden tot het dragen van de wapenrusting.’
  • Vorming voor elke dag

    Wat doen wij in de stad? Een oproep tot omzien naar duizenden vanwege het Evangelie

    19-02-2026 | 7 Min.
    Urbanisatie

    De groei van de wereldbevolking heeft in de afgelopen decennia een enorme vlucht genomen. De getallen spreken voor zich. In 1830 telde de wereld 1 miljard wereldbewoners, in 1930 groeide dit aantal tot 2 miljard. Daarna lijkt de groei te versnellen. In 1960 telden we 3 miljard, in 1974 zo’n 4 miljard en in 2000 6 miljard wereldbewoners. Deze lijn zet scherp door, in 2011 telden we 7 miljard wereldbewoners, in 2022 8 miljard wereldbewoners. Missioloog dr. Michael W. Goheen merkt op: ‘In 1800 leefde 5% van de wereldbevolking in steden’. Hij stelt dat halverwege de 21ste eeuw 80% van de wereldbevolking in steden zal wonen. 

     

    In Nederland zien we enerzijds een trek vanuit de stad naar het platteland, vanwege nieuwe mogelijkheden voor thuiswerken. Anderzijds groeien steden. Met het aangrijpende bijverschijnsel van voortdurende kerksluitingen. Wonderlijk genoeg blijken allerlei migrantenkerken als bloembollen in het voorjaar een groen kopje boven de grond te steken. Tegen de trend in. 

     

    Hart en handen

    Naast deze urbanisatie, ontstaat er een vacuüm als het gaat om zorg voor de naaste. Met name in de steden, waar de individualisering sterker is dan op het platteland. Onze samenleving vereenzaamt en de overheid trekt zich terug uit de cirkel van directe nabijheid van kwetsbare mensen. De vergrijzende samenleving is te duur voor een verzorgingsstaat. Vandaar dat er ruimte ontstaat voor burgerlijk initiatief. De zorg voor de kwetsbare naaste in zijn eenzaamheid en soms deplorabele omstandigheden roept om een antwoord. 

     

    De eeuwen door heeft de kerk hier een taak gezien. De vroegchristelijke kerk vormde een magneet in de samenleving, omdat christenen met hun dienstbare levensstijl duidelijk maakten wat het betekende om Christus na te volgen. In Mattheüs 25 stelt Jezus dat Hij via de kwetsbare medemens ons als het ware de vraag stelt: ‘Wat doe je nu met Mij?’ Dit zegt Jezus in de context van het laatste oordeel. Het gaat hier dus over een zwaarwegende vraag. De eeuwige bestemming van de gedaagde wordt er aan verbonden. 

     

    Door de jaren heen is het mijn ervaring dat in de achterstandswijken van onze steden de openheid voor het Evangelie groot is. Wie wel eens evangeliseerde, zal met mij de ervaring delen dat medelanders in deze wijken meer ruimte bieden voor gesprekken over het evangelie dan geslaagde mensen achter dure voordeuren. Ik heb meer gesprekken over het Evangelie gevoerd bij overstromende asbakken en bierviltjes, dan in penthouses. 

     

    De stad roept om hoofd, hart en handen voor de verkondiging van het Evangelie en de zorg voor de kwetsbare naasten. Daar leven duizenden die in geestelijk opzicht het verschil tussen hun linker- en rechterhand niet kennen, als bij Jona’s Ninevé.

     

    Missio Deï

    In de afgelopen eeuwen verspreidde zich het Evangelie over alle continenten van de wereld. Het muntje in het busje voor kinderen in donker Afrika heeft vrucht gedragen. Het zwaartepunt van de kerk is in de afgelopen decennia verschoven naar het Zuidelijk halfrond. Een ongekende beweging vond plaats, die ons eerbiedig doet buigen voor de Heere in het besef dat de verbreiding van het Evangelie werkelijk missio Deï is. Hij staat er Zelf voor in. 

     

    Verkondiging

    Bovenstaande overwegende, stelt dit ons de vraag hoe de toekomst tegemoet te treden als burger van één van de meest geseculariseerde landen van de wereld. Hierbij vormt de Woordverkondiging de sleutel. Maar ‘hoe zullen zij in Hem geloven, van Welke zij niet gehoord hebben?(Rom 10: 14b) Dit betekent dat de bediening van de verzoening in de steden om revitalisatie vraagt. 

     

    Voor ons kerkgenootschap betekent dit dat we onze ogen leren richten op de stad. Om daar met Woord en daad de Heere te dienen in de wijken. Laten preekstoelen gered worden van de sloophamer, om gevuld te worden met predikers van soevereine genade voor verloren zondaren. Laten verpauperde Godsgebouwen weer druisen, tot Gods eer. Als dit ons iets mag kosten, dan misschien allereerst onszelf? 

     

    Beter dan dr. J.H. Bavinck kan ik het niet uitdrukken, wat dan het richtpunt zou moeten zijn bij deze opdracht: ‘En nu is het wel waar, dat wij van die liefde met woorden alleen niet genoeg vertellen kunnen en dat wij het ook met daden betonen moeten, maar de nadruk valt toch altijd op de liefde van Christus. Hem moeten wij prediken en dat kan niet zonder woorden. Pas wanneer wij telkens met eerbied spreken over onze Heiland en Meester, zullen onze hoorders ook de barmhartigheid, die wij betonen, niet gaan zien als bewijzen van onze voortreffelijkheid, maar als vruchten van het werk van Hem, Die ons eerst heeft liefgehad. Woord en daad kunnen nooit van elkaar gescheiden worden.’

Meer Onderwijs podcasts

Over Vorming voor elke dag

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.
Podcast website

Luister naar Vorming voor elke dag, Easy Dutch: Learn Dutch with authentic conversations | Leer Nederlands door authentieke gesprekken en vele andere podcasts van over de hele wereld met de radio.net-app

Ontvang de gratis radio.net app

  • Zenders en podcasts om te bookmarken
  • Streamen via Wi-Fi of Bluetooth
  • Ondersteunt Carplay & Android Auto
  • Veel andere app-functies