Livingstone
Tukker schrijft: ‘In mei was het namelijk 100 jaar geleden, dat David Livingstone (1813-1873), de grote ontdekkingsreiziger en zendeling, tevens arts, in Afrika, in het huidige Zambia stierf. Een man van beslissend handelen: beroemd is, toen hij spoorloos was, zijn ontmoeting met Stanley, ergens in de Afrikaanse oerwouden. Beroemd is ook zijn besluit tijdens zijn verblijf in Engeland 1857 om terug te gaan naar Afrika: 'Ik ga terug om te trachten een pad open te maken voor handel en christendom'. Niet omdat Livingstone handelsbelangen had of diende, maar aangezien hij verwachtte dat de handel aan de slavenjacht een einde zou maken. Minder bekend, maar wel treffend is zijn besluit na een brand die zijn kostbare bibliotheek in Zuid Afrika in vlammen deed opgaan: 'Nu weerhoudt niets mij om weer te gaan reizen'.
Slaven
Beroemd is ook zijn besluit om op latere leeftijd niet meer op te treden namens het Londens Zendingsgenootschap, maar als ambtenaar van het Britse Gouvernement. En het was wéér als met de handel, die hij wilde bevorderen, niet om de handel maar om met dit middel de slavenjacht e beëindigen. Dit keer stond hem niet het ambtenaarschap of de politieke veiligheid voor de geest. Hij koos dit middel puur omdat hij van overtuiging was dat hij zo de Afrikanen, die hij liefhad, het best van nut kon zijn in het bestrijden van onrecht en het rechtzetten van 'sociale misstanden', zoals wij die zouden noemen. Wie ervan op de hoogte is, hoe diep deze 'misstanden' wortelen in adat en (vaak godsdienstige) tradities en patronen, zal des temeer besef hebben voor het vertrouwen dat Livingstone onder diverse stammen won en dat hij met veronachtzaming van eigen welzijn, ten goede wilde doen komen aan gebieden, die tot nu toe voor Europeanen onbekend en onbegaanbaar waren. Livingstones woorden, gesproken in een college te Cambridge 1857: 'Gaat gij verder met het werk dat ik begon. Ik laat het bij u achter', vormden aanleiding tot de stichting van de Zending op Centraal-Afrika, een universitair-Engelse onderneming. Ook de zending rond het Nyasameer vanuit Zanzibar, bevorderd door de Vrije Kerk van Schotland en de Schotse Kerk, voltrok zich naar Livingstones voorbeeld. En tenslotte geraakte de man die de doodgewaande Livingstone ontdekte, de krantencorrespondent Henry M. Stanley, zó in de ban van Davids werk dat hij zijn verdere leven gaf aan de kerstening van Uganda in het bijzonder en Centraal-Afrika in het algemeen.
Nederig en vastberaden
Livingstone had ook zónder zendingsdrang een 'groot' man in de wereldgeschiedenis kunnen zijn. Hij heeft bijv. boeken vol afrikanistiek geschreven, daarbij gesteund door zijn scherpe opmerkingsgave. Maar juist het christelijk geloof verlegde de doelstelling van zijn reizen. Hij had niet slechts een ongelofelijk doorzettingsvermogen, maar ook een nederige geest. Het eerste komt een ontdekkingsreiziger te pas, het tweede is geen vrucht van gevierdheid, maar van oprecht geloof. Livingstones geest en brede aanpak zijn geen gemeengoed, ook niet in zendingskringen. Wij hebben de Geest van God nodig om nederig en vastberaden te zijn en te verdragen wat de gang van het Evangelie aan moeite bezorgd zonder dat we ons erover verbazen alsof ons iets vreemds overkomt.’